Dat Europese vrijheid en welvaart haar aantrekkelijkheden kent wordt heden ten dage op schrijnende wijze bewezen door de onophoudelijke stroom oorlogsvluchtelingen die de uitzichtloosheid en het geweld in eigen land meer dan zat zijn. Met name Syrië spant in dat opzicht de kroon. Gewone stervelingen zijn klem komen te zitten tussen de waanzin van hun eigen president en de barbaren van IS. De eerste vecht tegen beter weten in om zijn macht te behouden over een land dat allang het zijne niet meer is. De nieuwe machthebbers lijken te bestaan uit de koppensnellende en beelden bestormende barbaren van IS. Zij hebben inmiddels een kalifaat uitgeroepen dat de grenzen van Syrië al ver te buiten gaat. Bedreigd van alle kanten kun je dan alleen nog maar vluchten en dat doen dan ook inmiddels honderdduizenden, zo niet miljoenen eerzame en goedwillende burgers met of zonder kinderen. Het is verklaarbaar menselijk gedrag. Bij gevaar is het vechten of vluchten. De meeste mensen kiezen Godzijdank voor het laatste. De wereld staat tenslotte al genoeg in brand.
Velen worden opgevangen in de regio. Jordanië, Turkije en Libanon hebben inmiddels zoveel vluchtelingen opgenomen dat De Europese Unie zich zou moeten schamen over de onenigheid en strijd tussen de lidstaten over de verspreiding van 160.000 vluchtelingen over 28 landen, zoals die op dit moment in Brussel wordt gevoerd.
Dat is dezelfde Europese Unie als waar het gezongen slot van de 9e Symfonie van Beethoven is gekozen tot de gemeenschappelijke hymne der Europese naties met de pakkende titel: Alle Menschen werden Brüder. Het is om je dood te schamen.
En bezien we dan het gedrag dat lidstaat Hongarije toont als welkom aan de grens van de EU dan stijgt het schaamrood je nog verder naar de kaken. Wat een wanstaltige vertoning. De bouw van een hoog hek met behulp van gevangenen om vluchtelingen buiten het land te houden. Een cameravrouw die een vader met kind pootje licht zodat beiden ten val worden gebracht, treinen vol vluchtelingen die denken dat ze op reis zijn naar Oostenrijk maar feitelijk worden gedeporteerd naar kampen. In die kampen, zo zagen we onlangs gebeuren worden de bijeen gepropte massa gevoederd als beesten. De broodjes worden door de lucht de menigte ingegooid.
Bij de toetreding van een lidstaat tot de EU moet men aan bepaalde criteria voldoen. Bescherming van de zwakkere medemens en respect voor de mensenrechten behoort daar ook toe. Hoe zwaar hebben we het Griekenland niet gemaakt door hen te houden aan de financiële regeltjes van Europa? Wordt het nu geen tijd dat we een procedure gaan starten om Hongarije uit dit samenwerkingsverbond te wippen?
dinsdag 15 september 2015
donderdag 16 juli 2015
Indianenpraatjes van Isabelle met de bruine ogen.
Ik herkende haar direct, Isabelle met de bruine ogen. Op de foto had ze iets mystieks, iets geheimzinnigs over haar. Mooie vrouw, inmiddels wel iets ouder geworden dan toen ik met haar gewerkt heb, maar nog steeds betoverend mooi. Op de foto leek ze met de haar omringende natuur geheel tot inkeer te zijn gekomen. Nonchalante wollen trui om het ranke lijf en een leren westernhoed op haar met kastanje bruine lokken omgeven koppie. Lokken die nog net als vroeger tot diep over haar schouders reikten. Ze leek met die mooie bruine kijkers op enigszins lome wijze naar een stip op de horizon te staren. Bruine kijkers waarin menig man direct zou willen verdrinken.
Ik was haar al jaren uit het oog verloren en nu trof ik ineens een foto van haar aan op Internet. Ik kan mij nog herinneren dat ze op het werk de kans kreeg om zich als coach te specialiseren. Het paste precies bij haar en het sloot naadloos aan bij een op gang gekomen innerlijk proces waarbij ze zichzelf wilde hervinden. Het juk van een kennelijk onverwerkt verleden moest worden afgeworpen, althans zo kwam het bij mij over. Ze wilde haar opgelopen schichtigheid en zwakte verruilen voor kracht en zelfstandigheid. In dat streven kwam de aangeboden opleiding tot coach als een zegen over haar heen. Naast de eigen persoonlijke groei zou zij dan ook in staat zijn om in de nabije toekomst anderen te verlossen van de blokkades in hun leven.
Zo is het blijkbaar ook gegaan. In het proces van persoonlijke groei staat loslaten centraal. De veilige werkkring werd door haar op enig moment verruild voor een eigen coaching praktijk en in de privésfeer kondigde een scheiding zich al spoedig aan, want soms is loslaten ook houden van. In de grote arcana van het Tarotspel staat de dood immers niet voor het einde maar voor een nieuw begin.
Om te ontdekken wat ze nu tegenwoordig doet heb ik de website bezocht waaraan zij nu beroepsmatig verbonden is. Het innerlijke proces heeft zich bij Isabelle ook nadien nog voortgezet want de reguliere coaching praktijk heeft zij inmiddels verruild voor activiteiten met een duidelijk spirituele inslag. Ze handelt, zo wordt mij duidelijk, onverkort in indianenpraatjes. Als remedie voor een terugkeer naar de oorsprong en om weer in verbinding te komen met moeder Aarde als allesoverheersende kracht, biedt zij op transcendente wijze haar Rebirthing therapieën aan. Dat je in staat bent je zo te bevrijden van het huisje, boompje, beestje bestaan van weleer, dat vind ik toch wel fascinerend knap van haar.
Ik was haar al jaren uit het oog verloren en nu trof ik ineens een foto van haar aan op Internet. Ik kan mij nog herinneren dat ze op het werk de kans kreeg om zich als coach te specialiseren. Het paste precies bij haar en het sloot naadloos aan bij een op gang gekomen innerlijk proces waarbij ze zichzelf wilde hervinden. Het juk van een kennelijk onverwerkt verleden moest worden afgeworpen, althans zo kwam het bij mij over. Ze wilde haar opgelopen schichtigheid en zwakte verruilen voor kracht en zelfstandigheid. In dat streven kwam de aangeboden opleiding tot coach als een zegen over haar heen. Naast de eigen persoonlijke groei zou zij dan ook in staat zijn om in de nabije toekomst anderen te verlossen van de blokkades in hun leven.
Zo is het blijkbaar ook gegaan. In het proces van persoonlijke groei staat loslaten centraal. De veilige werkkring werd door haar op enig moment verruild voor een eigen coaching praktijk en in de privésfeer kondigde een scheiding zich al spoedig aan, want soms is loslaten ook houden van. In de grote arcana van het Tarotspel staat de dood immers niet voor het einde maar voor een nieuw begin.
Om te ontdekken wat ze nu tegenwoordig doet heb ik de website bezocht waaraan zij nu beroepsmatig verbonden is. Het innerlijke proces heeft zich bij Isabelle ook nadien nog voortgezet want de reguliere coaching praktijk heeft zij inmiddels verruild voor activiteiten met een duidelijk spirituele inslag. Ze handelt, zo wordt mij duidelijk, onverkort in indianenpraatjes. Als remedie voor een terugkeer naar de oorsprong en om weer in verbinding te komen met moeder Aarde als allesoverheersende kracht, biedt zij op transcendente wijze haar Rebirthing therapieën aan. Dat je in staat bent je zo te bevrijden van het huisje, boompje, beestje bestaan van weleer, dat vind ik toch wel fascinerend knap van haar.
donderdag 9 juli 2015
Sweet sexteen
Of je hoerenlopen nu moreel verwerpelijk vindt of niet, het gebeurt al sinds mensenheugenis. Op zich is daar ook niets mis mee, al druist het soms wat in tegen onze christelijke moraal. Maar ja, die hebben we uiteindelijk ook maar opgelegd gekregen. De dames welke de heren voor betaalde seks ontvangen prijzen net als de witgoedhandelaar of de groenteboer hun waren aan in de krant of op het internet. Echter indien een witgoedhandelaar een wasmachine aanbiedt met de belofte dat deze tot 1400 toeren centrifugeert maar dit blijkt slecht 900 toeren te zijn, dan heeft een eventuele koper het recht om te reclameren. Hij is immers door de onjuiste informatie over het product onbedoeld overgegaan tot de aankoop van een apparaat dat feitelijk niet aan zijn eisen voldoet. De verkoper kan in dit geval misleiding worden verweten en zal over het algemeen genoodzaakt zijn om de koop ongedaan te maken of op andere wijze een compensatie aan te bieden.
In de prostitutie werkt het kennelijk net even anders. Deze week staan 29 klanten van betaalde seks in de Valkenburgse lover-boy zaak voor de rechter. Zij hadden gereageerd op een advertentie op internet waarbij een 18 jarig meisje haar lichaam ter vermaak aan hen aanbood. Na het intiem samen zijn met dit meisje, werd na een inval van de politie in het hotel van waaruit gepeesd werd, duidelijk dat het meisje nog minderjarig was (16) en dat een 22 jarige knaap als haar pooier daar in optrad, hij had de afspraken met de mannen telefonisch geregeld en hij regelde ook de financiële afhandeling met de klanten. Hij had zijn vriendinnetje wellicht aangezet tot prostitutie maar van enige dwang of geweld was nimmer sprake geweest. Aan de hand van de telefoongegevens uit de mobiel van de 22 jarige en de gebruikte condooms (DNA) uit de prullenmand van de hotelkamer werden de klanten opgespoord en voor de rechtbank gebracht voor seks met een minderjarige.
Ondanks dat de van haar diensten gebruikmakende mannen er ter goeder trouw vanuit mochten gaan dat de prostituerende tiener de meerderjarige leeftijd van 18 had bereikt - en zij dus niet bewust voor seks met een minderjarig meisje van 16 hadden gekozen en betaald-, wordt ondanks deze misleiding niet de verkopende partij (de pooier en het meisje) in gebreke gesteld (zoals bij de witgoedhandelaar het geval is) maar de afnemer van de dienst. De opgespoorde mannen voelen zich dan ook ongelofelijk bij de poot genomen hetgeen feitelijk natuurlijk ook zo is en voelen de opsporing en gerechtelijke vervolging – met veel media aandacht daarom heen – als een groot onrecht dat op hun schouders en psyche drukt. Voor twee mannen werd deze druk inmiddels teveel, zij pleegden zelfmoord om aan de schande en verschutting in hun omgeving te ontsnappen. Het is dat ik mij niet waag aan hoerenloperij, maar in feite had dit iedere iets te goed gelovige man kunnen overkomen. Dat er nu carrières, reputaties en huwelijken (die mogelijk toch al slecht waren) worden vernietigd door de opzettelijke misleiding van een uit vrije wil haar lichaam exploiterend 16 jarig meisje, is natuurlijk ook heel bitter te noemen. Het wordt nog des te gekker nu de ouders van het meisje bij deze mannen ook nog een claim tot smartegeld overwegen in te dienen.
In de prostitutie werkt het kennelijk net even anders. Deze week staan 29 klanten van betaalde seks in de Valkenburgse lover-boy zaak voor de rechter. Zij hadden gereageerd op een advertentie op internet waarbij een 18 jarig meisje haar lichaam ter vermaak aan hen aanbood. Na het intiem samen zijn met dit meisje, werd na een inval van de politie in het hotel van waaruit gepeesd werd, duidelijk dat het meisje nog minderjarig was (16) en dat een 22 jarige knaap als haar pooier daar in optrad, hij had de afspraken met de mannen telefonisch geregeld en hij regelde ook de financiële afhandeling met de klanten. Hij had zijn vriendinnetje wellicht aangezet tot prostitutie maar van enige dwang of geweld was nimmer sprake geweest. Aan de hand van de telefoongegevens uit de mobiel van de 22 jarige en de gebruikte condooms (DNA) uit de prullenmand van de hotelkamer werden de klanten opgespoord en voor de rechtbank gebracht voor seks met een minderjarige.
Ondanks dat de van haar diensten gebruikmakende mannen er ter goeder trouw vanuit mochten gaan dat de prostituerende tiener de meerderjarige leeftijd van 18 had bereikt - en zij dus niet bewust voor seks met een minderjarig meisje van 16 hadden gekozen en betaald-, wordt ondanks deze misleiding niet de verkopende partij (de pooier en het meisje) in gebreke gesteld (zoals bij de witgoedhandelaar het geval is) maar de afnemer van de dienst. De opgespoorde mannen voelen zich dan ook ongelofelijk bij de poot genomen hetgeen feitelijk natuurlijk ook zo is en voelen de opsporing en gerechtelijke vervolging – met veel media aandacht daarom heen – als een groot onrecht dat op hun schouders en psyche drukt. Voor twee mannen werd deze druk inmiddels teveel, zij pleegden zelfmoord om aan de schande en verschutting in hun omgeving te ontsnappen. Het is dat ik mij niet waag aan hoerenloperij, maar in feite had dit iedere iets te goed gelovige man kunnen overkomen. Dat er nu carrières, reputaties en huwelijken (die mogelijk toch al slecht waren) worden vernietigd door de opzettelijke misleiding van een uit vrije wil haar lichaam exploiterend 16 jarig meisje, is natuurlijk ook heel bitter te noemen. Het wordt nog des te gekker nu de ouders van het meisje bij deze mannen ook nog een claim tot smartegeld overwegen in te dienen.
vrijdag 19 juni 2015
Tijd van komen, tijd van gaan.
Terwijl de ene middenstander na de andere door de economische omstandigheden omvalt en er voor het trouwe en immer plichtsgetrouwe personeel nog geen euro overschiet in het kader van een ontslagvergoeding als onderdeel van een wel verdiend maar niet verkregen sociaal plan, ontvangen de topmannen van in Groningen gevestigde organisaties, en of ze nu vertrekken of juist komen, gigantische bedragen ter compensatie van het door hen ondervonden ongemak. Zo was er bij Hefpunt, het administratiekantoor dat namens de waterschappen bij u en mij de heffing int, sprake van ruim € 900.000,00 vertrekpremie voor de aftocht blazende directeur. Puur gemeenschapsgeld! Bij de Gasunie maken ze het mogelijk nog bonter. Daar hebben ze juist een topman aangetrokken. Omdat werken bij de Gasunie betekent dat je daarvoor naar het Noorden moet verkassen, werd aan topman Fennema - bron DvhN - een verhuis- en inrichtingsvergoeding verstrekt van ruim 41.000 euro. Dat is meer dan een modale werknemer in een heel jaar bij elkaar weet te ploeteren. Door weer en wind, iedere dag maar weer. Wat slechts van F daarvoor gevraagd werd was te verhuizen en zijn nieuwe bewoning opnieuw in te richten. Het ontbrak hem kennelijk tot dan toe aan een fatsoenlijke inboedel in de keet, want waarvoor zou hij anders een inrichtingsvergoeding hebben gekregen? Ook was zijn garderobe kennelijk het aanzien niet meer waard, want aan representatiekosten mocht F zichzelf voor 9000,00 euro iets nieuws uitzoeken. En waar wij tegenwoordig een Dacia Logan voor kunnen kopen en dan nog geld overhouden kreeg de topman € 14.000,00 mee ter compensatie van zijn leasewagen. Dit alles, zo zegt de Raad van Commissarissen van de Gasunie, omdat het contractueel zo was bepaald. Het ontbreekt zo'n club dan ook ten enenmale aan enig normbesef. Volledig het paadje kwijt en losgeraakt van de realiteit van alledag.
O ja, mocht ik echt bij u de indruk hebben gewekt dat de Gasunie met F een armlastig topman hebben aangetrokken, dan vergist u zich schromelijk. Met alle bonussen meegerekend, kwam F vorig jaar slechts uit op ruim een half miljoen euro. Oh, God die in de hemelen zijt, wat heb ik toch verkeerd gedaan?
Besluiten, de monarchie betreffende
Ons onvolprezen kabinet heeft vandaag daadkracht getoond door zwaarwegende besluiten te nemen, onze monarchie betreffende. Allereerst een onthulling van de minister-president dat de verbouwing van Huis ten Bosch maar liefst 24 miljoen euro meer gaat kosten dan ervoor was begroot (€ 35.000.000,00). Totale rekening dus 59 miljoen euro. En hoewel ons staatshoofd er zelf niet verantwoordelijk voor gesteld kan worden, had ondanks dat vooraf benadrukt kunnen worden dat de verbouwing van diens toekomstige woning, gelet op de crisis in het land, sober en doelmatig dient plaats te vinden. Want hoe kom je nou in Godsnaam op een overschrijding van 24 miljoen? Waaruit bestaat toch voor de drommel een verbouwing van in totaal 59 miljoen euro? Dan moet je toch bijna alles compleet gesloopt hebben en weer opnieuw opgebouwd hebben onder het gebruik van gouden spijkers en schroeven. Het klinkt mij absurd in de oren en dat in de wetenschap dat dit allemaal gewoon bekostigd wordt uit de belastingpot. Over de belastingpot gesproken, het kabinet heeft vandaag eveneens besloten dat ons staatshoofd definitief vrij wordt gesteld van de, voor ons allen, geldende belastingplicht. Dat was al zo en dat blijft dus zo. Immers een wijziging aanbrengen in zo'n privilege zou, naar mening van onze ministersploeg, veel te veel administratieve rompslomp met zich mee gaan brengen.
vrijdag 12 juni 2015
Wonderlijke wereld
Het is een wonderlijke wereld. Terwijl rechts beleid momenteel op allerlei wijze de positie van de werknemer verzwakt heeft 30 jaar brainwashing van neoliberale krachten er voor gezorgd dat juist de mensen die hierdoor het hardst kunnen worden getroffen VVD, D66 of zelfs PVV zijn gaan stemmen. De mantra's welke verkocht worden onder de noemer "vrijheid" en aangeven dat jezelf verantwoordelijk bent voor de inrichting van je leven en dat je moet participeren in de samenleving om je persoonlijk geluk en succes af te kunnen dwingen hebben er mijns inziens voor gezorgd dat er inmiddels een hele generatie is opgegroeid met de onhebbelijkheden van de no nonsense maatschappij en die op een vrij individualistische manier hun leven zijn gaan leiden. De ikke, ikke en de rest kan stikke mentaliteit zorgt ervoor dat men geen oog meer heeft voor de levensomstandigheden van anderen. Zit je in de uitkering dan zal dat je eigen schuld wel zijn tengevolge waarvan iemand in de bijstand of werkloosheidsuitkering al snel wordt bekeken als een parasiet, een opvreter of een nietsnut. Dat je ondertussen 3x in je hol genomen wordt, wordt helaas niet onderkend. Dat je positie ten aanzien van ontslag steeds verder wordt afgebroken, de WW termijn sterk wordt teruggebracht en de hoogte van je ontslagvergoeding wordt geminimaliseerd dat wordt helaas niet meer gezien. Gisteren kwam het CPB wederom met een voorstel om naar mate je langer werkloos bent de hoogte van je uitkering stapsgewijs terug te brengen. Koren op de molen van juist die rechtse partijen. De Nederlandse arbeider blijft echter tot nu toe in grote getale stoïcijns stemmen op hun eigen ondergang. Hoe maken we mensen weer bewust dat je samen sterk staat en dat solidariteit een kernbegrip is. Dat de ellende van anderen ook jouw voorland kan zijn. Wie heeft er immers nog een baangarantie of vastigheid. Dat je op moet komen voor je belangen als werknemer en dat je in de regel toch in de tang wordt genomen door het grootkapitaal. Ook hier geldt nog steeds: Verenigt u, verworpenen der aarde.
woensdag 10 juni 2015
Hoe de wind waait, waait mijn rokje
We zeggen het één en doen het ander, moeten ze binnen de regeringsploeg met elkaar hebben afgesproken. We laten de mensen langer doorwerken, tot hun 67e minimaal, zodat er minder beslag wordt gelegd op de AOW uitkering en de pensioenen. Op zich valt met die hervorming nog redelijk te leven. We worden tenslotte steeds ouder en blijven langer fit. Echter dat op 2 juni jongstleden, als allerlaatste daad van een aftredende ploeg senatoren, nog is besloten de datum waarop de pensioenuitkering naar het 67e levensjaar wordt gebracht van 2023 naar 2021 te versnellen, dat is ongehoord. Velen die dat treft kunnen zich daar door hun leeftijd of vertrek uit het arbeidsproces niet meer op voorbereiden en worden nu geconfronteerd met een gat in hun inkomsten, soms oplopend tot vele duizenden euro's. Dat mijn eigen GroenLinks senatoren daarmee in hebben gestemd vind ik niet te begrijpen. Waarom deze regering aan een meerderheid helpen in de eerste kamer, ten koste van vele mensen die zich niet hebben indekken tegen een dergelijke overval op hun portemonnee? Bovenstaande is wat mij betreft een schoolvoorbeeld van een onbetrouwbare overheid.
Maar het verhaal gaat verder. Doorwerken tot je 67e is één maar vervolgens 4 tot 5000 man met een gemiddelde leeftijd van 53 jaar bij de Belastingdienst, een 100% overheidsdienst, er uit trappen, is iets anders. Dan ben je volgens diezelfde overheid te oud. Je past kennelijk niet meer in het gewenste profiel want tegelijkertijd worden er 1500 hoog gekwalificeerde jongeren binnen gehaald die de gecompliceerde klus met gekoppelde databases moeten gaan klaren. Die jongeren gun ik hun nieuwe baan van harte maar hoe valt dit beleid van deze regering nu te rijmen met fitter blijvende ouderen die van Rijkswege door moeten blijven werken tot hun 67ste?
dinsdag 9 juni 2015
Technologische vooruitgang
Door Friesland-Campina is behoorlijk geïnvesteerd in vernieuwing en uitbreiding van de productiecapaciteit bij zowel de condensfabriek in Leeuwarden als in de fabriek in het Drentse Beilen. Hoewel de boodschap van het management tot voor kort was dat er door deze investeringsimpuls meer mensen nodig zouden zijn om de toegenomen hoeveelheid melk te kunnen verwerken nu het melkquotum door de overheid is losgelaten, werd onlangs duidelijk dat deze technologische vooruitgang alsnog circa 270 mensen hun baan gaat kosten. Het is dan ook een gotspe om te veronderstellen dat technologische vooruitgang en innovatie goed zijn voor de werkgelegenheid. Het is nog nooit anders geweest dat dit soort ontwikkelingen, denk bijvoorbeeld aan de mechanisatie in de landbouw, ten koste gaat van veel directe werkgelegenheid.
Economische groei houdt dan ook geen gelijke tred met de toename van het collectief welzijn binnen dat gedeelte van de samenleving dat de productiefactor arbeid levert. Dat geldt slechts voor de bovenlaag die de factor kapitaal levert aan het productieproces. Die worden er rijker en dus gelukkiger van. Dat we daar als arbeiders, inmiddels ook al opgezadeld met een versoepeld ontslagrecht, nog steeds intuinen.
vrijdag 17 april 2015
Zoveel beter
Je zou "Zen en de kunst van het motoronderhoud" van Robert Pirsig eens moeten gaan lezen zei mijn goede kennis, een op Walter Benjamin afgestudeerd filosoof, tegen mij. Het liefst in het Engels want dat boek is zoveel beter dan de Nederlandse vertaling. Echter dat advies klopt niet. Van de Engelstalige versie zou ik misschien maar 60% begrijpen, terwijl van de mindere geachte Nederlandstalige editie een geschatte 95% spontaan zou beklijven. Zoveel beter is dan ook maar een relatief begrip.
woensdag 8 april 2015
Het neusje van de zalm
De herfst droop ten volle uit de bomen en de harde wind sloeg de regen in pijpenstelen tegen de ramen van het hoge en moderne kantorencomplex. In de boardroom op de bovenste etage zorgde het klimaatsysteem voor een comfortabele warmte en was van het natuurgeweld buiten niets te merken. Bestuursvoorzitter Reinier Snoek recapituleerde de argumenten die door de anderen aan tafel waren ingebracht, nogmaals om enerzijds te controleren of hij het zelf allemaal goed begrepen had en anderzijds om zijn collega bestuursleden alsnog in de gelegenheid te stellen om correcties of verduidelijkingen op het uitgesprokene aan te brengen.
Vanuit het perspectief om goede bestuurders aan te kunnen blijven trekken, ook ten behoeve van de toekomst van onze bank, wordt het als noodzakelijk gezien, om in overeenstemming met eerder gemaakte afspraken met onze aandeelhouder de Staat, thans een vergoeding van € 100.000,- per jaar toe te voegen aan de bezoldiging van het bestuur. Dit ter compensatie van het wegvallen van eerder van toepassing verklaarde variabele inkomensbestanddelen - lees onze bonus-, waarmee uiteindelijk onder de streep van loonmatiging sprake zal zijn.
Precies, reageerde Andries van Kronkelen, dat past ook precies in het concept van loonmatigingsbeleid dat we voor de gehele organisatie hebben voorzien. Op deze wijze kunnen we elkaar tenslotte recht in de ogen blijven aankijken terwijl we eveneens oog hebben voor de personele kant van de nimmer te onderschatten bestuurdersverantwoordelijkheid, specifiek ten aanzien van het aspect rondom de werving en selectie van onze toekomstige topbestuurders. Reinier Snoek liet zich breed achterover vallen in de lederen draaifauteuil en schaterlachend, hetgeen zo kenmerkend voor hem is, slaakte hij de opmerking dat slechts alleen op deze wijze het neusje van de zalm kan blijven worden aangetrokken als bestuurder van onze bank. Soms moeten we daarvoor persoonlijk een offer brengen, mijne Heren, zo besloot hij dit punt op de agenda om vervolgens door te gaan met het volgende bespreekpunt, de voortgang van de ingestelde personeelsinkrimping als een van de pijlers van kostenbeheersing binnen dé bank. Het lid van de Raad van Bestuur, welke gekscherend door de anderen Hakkie Takkie werd genoemd omdat dit zo treffend bleek te rijmen op diens achternaam en bovendien recht doet aan zijn werkwijze waarop hij leiding geeft aan de inkrimpingsoperatie, nam vervolgens het woord en gaf de laatste stand van zaken hoe de reductie van het aantal personeelsleden inmiddels op substantiële wijze bijdraagt tot een aanzienlijke besparing op het gehele loonkostenplaatje binnen de organisatie.
De overige bestuurders waren allen zeer onder de indruk over de behaalde ontslagen en contract beëindigingen tot nu toe, want als goede bestuurders wisten zij immers als geen ander dat met het reduceren van de loonkostencomponent, grote besparingen op termijn zijn te behalen.
Ja, werkelijk in alles stond slechts de toekomst van de bank voor deze bankbestuurders voorop.
Vanuit het perspectief om goede bestuurders aan te kunnen blijven trekken, ook ten behoeve van de toekomst van onze bank, wordt het als noodzakelijk gezien, om in overeenstemming met eerder gemaakte afspraken met onze aandeelhouder de Staat, thans een vergoeding van € 100.000,- per jaar toe te voegen aan de bezoldiging van het bestuur. Dit ter compensatie van het wegvallen van eerder van toepassing verklaarde variabele inkomensbestanddelen - lees onze bonus-, waarmee uiteindelijk onder de streep van loonmatiging sprake zal zijn.
Precies, reageerde Andries van Kronkelen, dat past ook precies in het concept van loonmatigingsbeleid dat we voor de gehele organisatie hebben voorzien. Op deze wijze kunnen we elkaar tenslotte recht in de ogen blijven aankijken terwijl we eveneens oog hebben voor de personele kant van de nimmer te onderschatten bestuurdersverantwoordelijkheid, specifiek ten aanzien van het aspect rondom de werving en selectie van onze toekomstige topbestuurders. Reinier Snoek liet zich breed achterover vallen in de lederen draaifauteuil en schaterlachend, hetgeen zo kenmerkend voor hem is, slaakte hij de opmerking dat slechts alleen op deze wijze het neusje van de zalm kan blijven worden aangetrokken als bestuurder van onze bank. Soms moeten we daarvoor persoonlijk een offer brengen, mijne Heren, zo besloot hij dit punt op de agenda om vervolgens door te gaan met het volgende bespreekpunt, de voortgang van de ingestelde personeelsinkrimping als een van de pijlers van kostenbeheersing binnen dé bank. Het lid van de Raad van Bestuur, welke gekscherend door de anderen Hakkie Takkie werd genoemd omdat dit zo treffend bleek te rijmen op diens achternaam en bovendien recht doet aan zijn werkwijze waarop hij leiding geeft aan de inkrimpingsoperatie, nam vervolgens het woord en gaf de laatste stand van zaken hoe de reductie van het aantal personeelsleden inmiddels op substantiële wijze bijdraagt tot een aanzienlijke besparing op het gehele loonkostenplaatje binnen de organisatie.
De overige bestuurders waren allen zeer onder de indruk over de behaalde ontslagen en contract beëindigingen tot nu toe, want als goede bestuurders wisten zij immers als geen ander dat met het reduceren van de loonkostencomponent, grote besparingen op termijn zijn te behalen.
Ja, werkelijk in alles stond slechts de toekomst van de bank voor deze bankbestuurders voorop.
zondag 11 januari 2015
De Koperen Tuin
Door het lezen van het meesterwerk dat de Koperen Tuin van Simon Vestdijk ontegenzeggelijk is, werd mij een déjà vu gegund met mijn geboortestad Leeuwarden. Niet de verhaallijn waarbij de hoofdfiguur Nol Rieske, vanaf het moment dat hij als achtjarige jongen met de paar jaar oudere Trix in de Tuin gedanst heeft op de muziek van haar vader Henri Cuperus en deze ietwat onbehouwen dame vervolgens ruim driehonderd bladzijden, gelijk zoveel de roman telt, in zijn hart met zich meedraagt met het uiteindelijke doel om haar tot zijn vrouw te maken, hetgeen echter door haar voortijdige zelfmoord nooit gaat plaatsvinden...., maar de herinnering aan de locaties welke het verhaal van Nol tot decor hebben laten mij terugvoeren naar de herinneringen aan voorvallen en ervaringen welke mijzelf in mijn eigen jeugd ten deel zijn gevallen. Zo heb ik als kleuter ettelijke keren aan de Singel, waar eerder in de tijd ook Nol moet hebben gelopen, niet ver van het tegenover de Tuin gelegen ziekenhuis vandaan, Sinterklaas Leeuwarden binnen zien komen varen met de stoomboot. Het ziekenhuis aan de Singel waar de moeder van Nol enkele dagen voor de zelf verkozen arsenicumvergiftiging van Trix aan een hartaanval gestorven is en waar ik als opgeschoten jongen avonds op de fiets mijn aldaar opgenomen vader bezocht, die met longproblemen naar mij later bekend is geworden voor de dood is weggehaald. Natuurlijk het gerechtsgebouw op het grote plein, waar de vader van Nol recht heeft gesproken en waar ik later in de tijd met enige regelmaat op de openbare tribune zittend, de rechtszittingen als schalks vermaak heb gevolgd.
De herinnering aan de houten muziektent welke door de vijvers met houten loopbrug gescheiden wordt van het hoofdgebouw, waar Henri Cuperus, in de eerste borrel niet gesmoord, als dirigent samen met zijn orkest de Stars and Stripes van Sousa ten beste gaf en waar in mijn jeugd de aubade door de hoogste klassen van de lagere scholen werd gezongen ter eer en glorie van onze ieder jaar weer, tot vervelendst toe, verjarende vorstin. En dan het hoofdgebouw zelf waar ik in een belendende vleugel de beeldhouwwerken van Pier Pander meerdere malen heb mogen aanschouwen en waar ik samen met Mieke in het nog steeds bestaande etablissement dat al even toepasselijk de Koperen Tuin heet, tijdens mijn zeldzame bezoeken aan de stad een kop cappuccino met haar placht te drinken. De mogelijk nog rondwarende geest van Mr. Vellinga of Caspers in dat vertrek heb ik echter nog niet mogen ontdekken maar tijdens een volgend bezoek zal ik daar zeker scherper op gaan letten.
maandag 4 augustus 2014
Munkar en Nakir
Nadat ik weer met beide voeten op de grond terecht gekomen was en mij had gerealiseerd dat de hernieuwde kennismaking met Reina, bij mij het onuitwisbare besef teweeg gebracht had van mijn eigen ingetreden dood, werd ik onafgebroken heen en weer geslingerd tussen enerzijds de manische buien waarin ik blijk gaf van mijn vreugde over de herstelde band met mijn aan gene zijde vertoevende echtgenote en anderzijds diep in zak en as kon zijn over de realiteit van mijn onbewuste overgang naar Barzak, dit achter de horizon verscholen oord waarvan ik, op mysterieuze wijze sinds kort ingezetene geworden was.
Mijn dood moest mijzelf wel enorm hebben overrompeld, want ik herinnerde mij niets van mijn reis naar hier, behalve de aankomst op het treinperron, het druilerige weer en de archaïsche sfeer die de bebouwing van het stadje en haar bevolking op mij had gemaakt. De verplaatsing van mijn gehele ziel en zaligheid naar Barzak had plaatsgevonden zonder enig besef van ruimte en tijd waarbij in een mum van tijd een onvoorstelbare afstand was overbrugd. Reina vertelde mij enkele dagen later dat mijn wedergeboorte als burger van Barzak was opgenomen en zij nam mij met zich mee naar de woeste heuvels van Muon. Ik had het mij werkelijk niet zo voor kunnen stellen maar op het culminatiepunt, waar de heuveltoppen en de azuurblauwe omlijning van de hemelbol samen leken te smelten, ontwaarde ik een warempel een grote ruimtetelescoop. Reina nam mijn hand in de hare en sleepte mij er mee naar toe omdat ik, naar haar zeggen, van daaruit mijn eigen ter aarde bestelling postuum kon observeren.
De man, licht kalend, hoge schedel met opvallend diepliggende ogen, stelde het instrument in naar geslacht, plaats en tijdstip en in het display kwamen de namen van een viertal personen naar voren die kennelijk gelijktijdig de reis naar Barzak hadden ondernomen. Ik herkende mijn eigen gegevens, die de man vervolgens bevestigde aan het systeem, waarna hij mij wenkte om met mijn oog tegen het oculair plaats te nemen. De ceremonie was al begonnen en ik zag nog net hoe de lange stoet die achter de baar aan had gelopen zich in een wijde kring verspreidde om het reeds gedolven graf. Ik herkende mijn collega's van school en enkele ouders van leerlingen maar ook oud-leerlingen en enkele buren, mijn broer en schoonzus welke ik al enkele maanden niet had gezien. Ook ontwaarde ik mijn nichten en vrijgezelle neef, waarvan ik altijd al vermoed heb dat hij in zijn spaarzame vrije tijd de herenliefde bedrijft. Verder aan de achterzijde zag ik ook nog de meest dichtbij staande familieleden van Reina's kant. De man in de duffel en voorzien van een stijlvolle groene hoed op zijn hoofd, stil leunend op zijn zwart ebbenhouten wandelstok, herkende ik als Mr. André Pruiksma, waarmee ik vele avonden, al drinkend, op de sociëteit had doorgebracht. Ook Edgar Bos de wijnhandelaar, bourgondiër in hart en nieren, had tijd vrijgemaakt om mij de laatste eer te bewijzen. Dat is fideel van je kerel, erg fideel, liet ik mij binnensmonds ontvallen.
De beheerder van het observatorium wees mij op een schakelaar aan de voorzijde van het oculair, welke ik op zijn aangeven in de andere stand bewoog en zag het beeld veranderen in een voor mij onbekend schouwspel. Boven de kring rouwenden aan mijn graf zag ik de vage contouren van twee engelen zweven. Ik schakelde geschrokken terug naar de normale stand en constateerde dat de engelen nu uit mijn beeld waren verdwenen. Stoutmoedig geworden, schakelde ik opnieuw over naar de andere dimensie, waarvan wij in ons alledaags bestaan op aarde kennelijk in het geheel geen weet hebben. De beide engelen waren nog steeds aanwezig en bewogen zich in cirkels boven de mensen en het open graf waarop mijn kist inmiddels geplaatst was. Het werd mij spoorslags duidelijk dat ze beiden kennelijk een belangrijke rol hadden ten aanzien van mijn ter aarde bestelling, dat zij zeer waarschijnlijk een essentieel onderdeel vormen van een bij mij onbekend gebleven protocol. Ik zie twee engelen boven mijn graf zweven, liet ik mij botweg ontvallen. Dat zijn, zeker weten, Munkar en Nakir, antwoordde Reina; ze zijn bij mijn dood ook bij mij langs geweest en bepalen uiteindelijk of je wordt toegelaten tot Barzak. Gelet op het feit dat je nu zo naast mij staat, mogen we er vanuit gaan dat deze ballotage in je voordeel is uitgevallen.
Hoe zei je, waren de namen van die beide engelen, vroeg ik verbaasd. Reina herhaalde de namen en voegde daaraan toe dat met name binnen de islam een bredere bekendheid bestaat met deze beide poortwachters van Barzak. Je zult dadelijk via de telescoop gaan waarnemen, als de belangstellenden aan je graf zijn verdwenen, dat Munkar en Nakir zich beiden bij je zullen gaan voegen en je vragen zullen gaan stellen waarvan jouw beantwoording, en niets anders dan dat, bepalend zal zijn om te beoordelen of je als mens goed hebt geleefd. Is dat zo, dan mag je naar Barzak. Uiteindelijk zal op de dag des oordeels worden bepaald, wat je uiteindelijke bestemming gaat worden; of je beloond zal worden in het hemels paradijs of dat je tot in eeuwigheid zult branden in de hel.
Van de orthodoxe joden weet ik het, zo liet ik mij ontvallen terwijl ik mijn blik gericht hield op het schouwspel dat zich door de kijker voltrok, zij laten hun bakkebaarden groeien waarbij de uiteinden eindigen in krullen die sterk gelijken op haken. Mochten zij overvallen worden door de dood dan komt de aartsengel Gabriël op hen neer dalen en vraagt hen naar hun Joodse naam. Als zij deze naar waarheid noemen dan grijpt de aartsengel zich vast aan de haken van de bakkebaarden en voert de dode met zich mee ten hemelvaart. Dat een dergelijk engelenritueel ook met mij was gebeurd was mij volslagen onbekend gebleven. Wat wist ik nu van Barzak, laat staan van de doodsengelen Munkar en Nakir? Niets, maar dan ook helemaal niets!
Hoe kon Reina zich dat wel van haar eigen overgang herinneren terwijl ik onthouden was gebleven van deze kennis. Ik stelde haar die vraag. Dat komt omdat je geheugen de snelheid van je reis naar hier niet heeft kunnen bijbenen. Neem van mij aan dat je op een gegeven moment de herinnering aan je eigen dood weer zult terug krijgen. Dat vraagt om nog een beetje geduld, een moeilijk begrip overigens in een dimensie waar tijd geen rol meer speelt. Toch zul je het geduld daartoe moeten opbrengen, gaf Reina mij te kennen terwijl ze lieflijk met haar hand over mijn arm heen en weer streelde. Mijn hoofd zat barstensvol vragen. Nog nooit had ik mij zo onbeholpen gevoeld in deze voor mij vreemde wereld.
Ik zag de menigte wegtrekken van mijn graf, de aardse plechtigheid was zichtbaar tot een einde gekomen. De engelen des doods waren via de speciale stand van het oculair zichtbaar voor mij en zaten gebroederlijk naast elkaar met hun neerhangende zwarte vleugels op een stevige tak van een boom die de dodenakker omlijstte. Nadat ook de laatste bezoeker het kiezelpad achter zich had gelaten glipten de engelen mijn graf in om zich te onderhouden met mijn nog in de kist ronddwalende geest. Nakir, de kleinste van het stel onderwierp mij aan een spervuur van vragen die ik helaas vanuit het observatorium niet kon verstaan maar kennelijk waren mijn antwoorden in overeenstemming met hun verwachtingen daaromtrent. Uiteindelijk nam Munkar mijn geest op en steeg daarmee naar ongekende hoogte. Als een kleine stip zag ik Nakir op respectabele afstand volgen.
Bijzonder, zeer bijzonder, liet ik Reina en de man met de diepliggende ogen weten. Ik dacht dat alleen een gelovige toegang zou krijgen om via de doodsengelen het hiernamaals te betreden maar ook wij, zie hier; het levende bewijs, worden zonder meer toegelaten. Ik schoot onderwijl stilletjes in de lach om de door mij gebezigde term 'het levende bewijs', wat natuurlijk volledig haaks stond op de werkelijke status die ik nu representeerde.
Even later in het bezoekerscentrum evalueerden we de gebeurtenissen van vandaag onder het genot van een kop vers gezette chocola. Ik kon er maar niet over uit dat ik overleden en al begraven was en daarna in alle stilte, hangend onder een engel des doods overgegaan was naar Barzak. Reina beleefde er zichtbaar plezier aan, dat was mij duidelijk.
Mijn dood moest mijzelf wel enorm hebben overrompeld, want ik herinnerde mij niets van mijn reis naar hier, behalve de aankomst op het treinperron, het druilerige weer en de archaïsche sfeer die de bebouwing van het stadje en haar bevolking op mij had gemaakt. De verplaatsing van mijn gehele ziel en zaligheid naar Barzak had plaatsgevonden zonder enig besef van ruimte en tijd waarbij in een mum van tijd een onvoorstelbare afstand was overbrugd. Reina vertelde mij enkele dagen later dat mijn wedergeboorte als burger van Barzak was opgenomen en zij nam mij met zich mee naar de woeste heuvels van Muon. Ik had het mij werkelijk niet zo voor kunnen stellen maar op het culminatiepunt, waar de heuveltoppen en de azuurblauwe omlijning van de hemelbol samen leken te smelten, ontwaarde ik een warempel een grote ruimtetelescoop. Reina nam mijn hand in de hare en sleepte mij er mee naar toe omdat ik, naar haar zeggen, van daaruit mijn eigen ter aarde bestelling postuum kon observeren.
De man, licht kalend, hoge schedel met opvallend diepliggende ogen, stelde het instrument in naar geslacht, plaats en tijdstip en in het display kwamen de namen van een viertal personen naar voren die kennelijk gelijktijdig de reis naar Barzak hadden ondernomen. Ik herkende mijn eigen gegevens, die de man vervolgens bevestigde aan het systeem, waarna hij mij wenkte om met mijn oog tegen het oculair plaats te nemen. De ceremonie was al begonnen en ik zag nog net hoe de lange stoet die achter de baar aan had gelopen zich in een wijde kring verspreidde om het reeds gedolven graf. Ik herkende mijn collega's van school en enkele ouders van leerlingen maar ook oud-leerlingen en enkele buren, mijn broer en schoonzus welke ik al enkele maanden niet had gezien. Ook ontwaarde ik mijn nichten en vrijgezelle neef, waarvan ik altijd al vermoed heb dat hij in zijn spaarzame vrije tijd de herenliefde bedrijft. Verder aan de achterzijde zag ik ook nog de meest dichtbij staande familieleden van Reina's kant. De man in de duffel en voorzien van een stijlvolle groene hoed op zijn hoofd, stil leunend op zijn zwart ebbenhouten wandelstok, herkende ik als Mr. André Pruiksma, waarmee ik vele avonden, al drinkend, op de sociëteit had doorgebracht. Ook Edgar Bos de wijnhandelaar, bourgondiër in hart en nieren, had tijd vrijgemaakt om mij de laatste eer te bewijzen. Dat is fideel van je kerel, erg fideel, liet ik mij binnensmonds ontvallen.
De beheerder van het observatorium wees mij op een schakelaar aan de voorzijde van het oculair, welke ik op zijn aangeven in de andere stand bewoog en zag het beeld veranderen in een voor mij onbekend schouwspel. Boven de kring rouwenden aan mijn graf zag ik de vage contouren van twee engelen zweven. Ik schakelde geschrokken terug naar de normale stand en constateerde dat de engelen nu uit mijn beeld waren verdwenen. Stoutmoedig geworden, schakelde ik opnieuw over naar de andere dimensie, waarvan wij in ons alledaags bestaan op aarde kennelijk in het geheel geen weet hebben. De beide engelen waren nog steeds aanwezig en bewogen zich in cirkels boven de mensen en het open graf waarop mijn kist inmiddels geplaatst was. Het werd mij spoorslags duidelijk dat ze beiden kennelijk een belangrijke rol hadden ten aanzien van mijn ter aarde bestelling, dat zij zeer waarschijnlijk een essentieel onderdeel vormen van een bij mij onbekend gebleven protocol. Ik zie twee engelen boven mijn graf zweven, liet ik mij botweg ontvallen. Dat zijn, zeker weten, Munkar en Nakir, antwoordde Reina; ze zijn bij mijn dood ook bij mij langs geweest en bepalen uiteindelijk of je wordt toegelaten tot Barzak. Gelet op het feit dat je nu zo naast mij staat, mogen we er vanuit gaan dat deze ballotage in je voordeel is uitgevallen.
Hoe zei je, waren de namen van die beide engelen, vroeg ik verbaasd. Reina herhaalde de namen en voegde daaraan toe dat met name binnen de islam een bredere bekendheid bestaat met deze beide poortwachters van Barzak. Je zult dadelijk via de telescoop gaan waarnemen, als de belangstellenden aan je graf zijn verdwenen, dat Munkar en Nakir zich beiden bij je zullen gaan voegen en je vragen zullen gaan stellen waarvan jouw beantwoording, en niets anders dan dat, bepalend zal zijn om te beoordelen of je als mens goed hebt geleefd. Is dat zo, dan mag je naar Barzak. Uiteindelijk zal op de dag des oordeels worden bepaald, wat je uiteindelijke bestemming gaat worden; of je beloond zal worden in het hemels paradijs of dat je tot in eeuwigheid zult branden in de hel.
Van de orthodoxe joden weet ik het, zo liet ik mij ontvallen terwijl ik mijn blik gericht hield op het schouwspel dat zich door de kijker voltrok, zij laten hun bakkebaarden groeien waarbij de uiteinden eindigen in krullen die sterk gelijken op haken. Mochten zij overvallen worden door de dood dan komt de aartsengel Gabriël op hen neer dalen en vraagt hen naar hun Joodse naam. Als zij deze naar waarheid noemen dan grijpt de aartsengel zich vast aan de haken van de bakkebaarden en voert de dode met zich mee ten hemelvaart. Dat een dergelijk engelenritueel ook met mij was gebeurd was mij volslagen onbekend gebleven. Wat wist ik nu van Barzak, laat staan van de doodsengelen Munkar en Nakir? Niets, maar dan ook helemaal niets!
Hoe kon Reina zich dat wel van haar eigen overgang herinneren terwijl ik onthouden was gebleven van deze kennis. Ik stelde haar die vraag. Dat komt omdat je geheugen de snelheid van je reis naar hier niet heeft kunnen bijbenen. Neem van mij aan dat je op een gegeven moment de herinnering aan je eigen dood weer zult terug krijgen. Dat vraagt om nog een beetje geduld, een moeilijk begrip overigens in een dimensie waar tijd geen rol meer speelt. Toch zul je het geduld daartoe moeten opbrengen, gaf Reina mij te kennen terwijl ze lieflijk met haar hand over mijn arm heen en weer streelde. Mijn hoofd zat barstensvol vragen. Nog nooit had ik mij zo onbeholpen gevoeld in deze voor mij vreemde wereld.
Ik zag de menigte wegtrekken van mijn graf, de aardse plechtigheid was zichtbaar tot een einde gekomen. De engelen des doods waren via de speciale stand van het oculair zichtbaar voor mij en zaten gebroederlijk naast elkaar met hun neerhangende zwarte vleugels op een stevige tak van een boom die de dodenakker omlijstte. Nadat ook de laatste bezoeker het kiezelpad achter zich had gelaten glipten de engelen mijn graf in om zich te onderhouden met mijn nog in de kist ronddwalende geest. Nakir, de kleinste van het stel onderwierp mij aan een spervuur van vragen die ik helaas vanuit het observatorium niet kon verstaan maar kennelijk waren mijn antwoorden in overeenstemming met hun verwachtingen daaromtrent. Uiteindelijk nam Munkar mijn geest op en steeg daarmee naar ongekende hoogte. Als een kleine stip zag ik Nakir op respectabele afstand volgen.
Bijzonder, zeer bijzonder, liet ik Reina en de man met de diepliggende ogen weten. Ik dacht dat alleen een gelovige toegang zou krijgen om via de doodsengelen het hiernamaals te betreden maar ook wij, zie hier; het levende bewijs, worden zonder meer toegelaten. Ik schoot onderwijl stilletjes in de lach om de door mij gebezigde term 'het levende bewijs', wat natuurlijk volledig haaks stond op de werkelijke status die ik nu representeerde.
Even later in het bezoekerscentrum evalueerden we de gebeurtenissen van vandaag onder het genot van een kop vers gezette chocola. Ik kon er maar niet over uit dat ik overleden en al begraven was en daarna in alle stilte, hangend onder een engel des doods overgegaan was naar Barzak. Reina beleefde er zichtbaar plezier aan, dat was mij duidelijk.
zondag 4 mei 2014
Beste Bram van Ojik
Beste Bram,
Ik heb kennis genomen van je opstelling in de tweede kamer, waarbij je sterk hebt gepleit voor het invoeren van hardere sancties gericht tegen de kring rondom Poetin en de gevluchte oude regeringsleden uit de Oekraïne.
Ik constateer dat je hiermee wel heel erg achter de westerse mainstream aanloopt, - lees Amerika en de EU en NAVO - en dat je hierbij weinig blijk geeft van je kennis over het verleden van de Oekraïne.
Zou je je goed hebben laten inlichten dan zou je wellicht tot de onderstaande opstelling zijn gekomen, waarin ook het GroenLinkse geluid beter tot haar recht was gekomen.Ik heb mij de vrijheid veroorloofd om je volgende speech, met betrekking tot het debat in deze kwestie maar te gaan schrijven. Ik hoop dat je er wat aan hebt.
Geachte voorzitter:
Tot augustus 1944 bestond er een west Oekraïne, dat eeuwenlang heeft toebehoort aan de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. (Donau-monarchie) en binnen dit keizerrijk onder het bestuur van Polen heeft gestaan, maar in augustus 1939, als onderdeel van het geheime von Ribbentrop-Molotov pact, door de nazi's aan Stalin werd overgedaan. Tevens bestond er een oost deel dat sinds de instelling van de USSR in 1922 daar deel van uit heeft gemaakt, Russisch dus.
De geschiedenis heeft met Stalin tot gevolg gehad dat er in het oostelijke deel van de Oekraïne sprake is geweest van een bewuste Russificatie, door het wegvoeren van grote delen van de eigen boerenbevolking naar Siberië (mogelijk zelfs 850.000 mensen) en een ongekende, van staatswege georganiseerde, hongersnood, welke tussen de 5 en 10 miljoen slachtoffers heeft gekost. Daarna de komst van honderdduizenden Russen welke vanuit andere gebieden uit de USSR werden overgebracht om de oogsten en de economie te laten veiligstellen. Hierdoor is de Oekraïense eenheid, zoals die er al was, voor altijd verstoord. Dat is de situatie nu, waarin ook Poetin gevangen zit.
Wij zullen ons dan ook in moeten zetten voor herstel van de grens van voor 1944, waarbij het westen van de Oekraïne aan de EU wordt toegevoegd, bij voorkeur als zelfstandige staat met een democratisch gekozen regering in Kiev. Het oosten zal, inclusief de Krim tot Rusland gaan toebehoren wellicht met de oude Oekraïense hoofdstad Charkov weer in ere hersteld. Met het terugbrengen van de oude situatie wordt recht gedaan aan hoe de meerderheid van de bevolking in beide delen het willen zien gebeuren. Dat vraagt van ons geen sancties, geen versterking van NAVO troepen aan de grens van Polen en de Baltische staten, hetgeen overigens nergens goed voor is, behalve als een provocatie voor Rusland.
Voorzitter, de EU moet zo snel mogelijk naar de diplomatieke oplossing toe werken en dus praten met kennis van het verleden en met respect voor ieders positie. GroenLinks zal zich dus keren tegen verdere sancties aan Rusland en langs diplomatieke weg willen streven naar een situatie van deëscalatie in het gebied. Ik dank u voor uw aandacht.
Ik heb kennis genomen van je opstelling in de tweede kamer, waarbij je sterk hebt gepleit voor het invoeren van hardere sancties gericht tegen de kring rondom Poetin en de gevluchte oude regeringsleden uit de Oekraïne.
Ik constateer dat je hiermee wel heel erg achter de westerse mainstream aanloopt, - lees Amerika en de EU en NAVO - en dat je hierbij weinig blijk geeft van je kennis over het verleden van de Oekraïne.
Zou je je goed hebben laten inlichten dan zou je wellicht tot de onderstaande opstelling zijn gekomen, waarin ook het GroenLinkse geluid beter tot haar recht was gekomen.Ik heb mij de vrijheid veroorloofd om je volgende speech, met betrekking tot het debat in deze kwestie maar te gaan schrijven. Ik hoop dat je er wat aan hebt.
Geachte voorzitter:
Tot augustus 1944 bestond er een west Oekraïne, dat eeuwenlang heeft toebehoort aan de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. (Donau-monarchie) en binnen dit keizerrijk onder het bestuur van Polen heeft gestaan, maar in augustus 1939, als onderdeel van het geheime von Ribbentrop-Molotov pact, door de nazi's aan Stalin werd overgedaan. Tevens bestond er een oost deel dat sinds de instelling van de USSR in 1922 daar deel van uit heeft gemaakt, Russisch dus.
De geschiedenis heeft met Stalin tot gevolg gehad dat er in het oostelijke deel van de Oekraïne sprake is geweest van een bewuste Russificatie, door het wegvoeren van grote delen van de eigen boerenbevolking naar Siberië (mogelijk zelfs 850.000 mensen) en een ongekende, van staatswege georganiseerde, hongersnood, welke tussen de 5 en 10 miljoen slachtoffers heeft gekost. Daarna de komst van honderdduizenden Russen welke vanuit andere gebieden uit de USSR werden overgebracht om de oogsten en de economie te laten veiligstellen. Hierdoor is de Oekraïense eenheid, zoals die er al was, voor altijd verstoord. Dat is de situatie nu, waarin ook Poetin gevangen zit.
Wij zullen ons dan ook in moeten zetten voor herstel van de grens van voor 1944, waarbij het westen van de Oekraïne aan de EU wordt toegevoegd, bij voorkeur als zelfstandige staat met een democratisch gekozen regering in Kiev. Het oosten zal, inclusief de Krim tot Rusland gaan toebehoren wellicht met de oude Oekraïense hoofdstad Charkov weer in ere hersteld. Met het terugbrengen van de oude situatie wordt recht gedaan aan hoe de meerderheid van de bevolking in beide delen het willen zien gebeuren. Dat vraagt van ons geen sancties, geen versterking van NAVO troepen aan de grens van Polen en de Baltische staten, hetgeen overigens nergens goed voor is, behalve als een provocatie voor Rusland.
Voorzitter, de EU moet zo snel mogelijk naar de diplomatieke oplossing toe werken en dus praten met kennis van het verleden en met respect voor ieders positie. GroenLinks zal zich dus keren tegen verdere sancties aan Rusland en langs diplomatieke weg willen streven naar een situatie van deëscalatie in het gebied. Ik dank u voor uw aandacht.
donderdag 1 mei 2014
Het Vlugschrift
Ich bin das Flugblatt, Signal der Zelle,
Und nie verstummt, wo der Terror auch haust,
Am Feld, im Werk, an der Stempelstelle,
Zerlesen, zerdrückt von der schwieligen Faust.
Und weitergegeben, ein Satz allein:
Wir waren, wir sind und wir werden sein!
Ich bin das Flugblatt, das täglich erscheint.
Gedruckt vom Heer der geheimen Pressen,
Verfolgt, beschlagnahmt vom blutigen Feind.
Und killt ihr die Setzer, stampft ihr mich ein:
Wir waren, wir sind und wir werden sein!
Dieses Gedicht erschien erstmals in Arbeiter-Stimme. Organ der Kommunistischen Partei Leoben, 1. Jg., Nr. 2, Anfang Juni 1934, DÖW Bibliothekssignatur 4007a/9 (Bestand Illegale Flugblattsammlung); später wurde es in anderen illegalen Zeitun- gen veröffentlicht: Der rote Stern. Organ der KPÖ und des Schutzbund (Favoriten); Volkswacht. Nachrichten- und Propagandaorgan der Kommunistischen Partei für St. Pölten, Jänner 1935.
Dit gedicht (Het Vluchtschrift) verscheen voor het eerst in de Arbeidersstem. Het orgaan van de communistische partij Leoben, 1e Jaargang, nummer 2 in 1934. Verder werd het begin 1935 nog in enkele andere illegale kranten gepubliceerd, zoals de Rode Ster, het orgaan van de Oostenrijkse communistische partij. Door mij op mijn blog geplaatst ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid (1 mei 2014)
Und nie verstummt, wo der Terror auch haust,
Am Feld, im Werk, an der Stempelstelle,
Zerlesen, zerdrückt von der schwieligen Faust.
Und weitergegeben, ein Satz allein:
Wir waren, wir sind und wir werden sein!
Ich bin das Flugblatt, das täglich erscheint.
Gedruckt vom Heer der geheimen Pressen,
Verfolgt, beschlagnahmt vom blutigen Feind.
Und killt ihr die Setzer, stampft ihr mich ein:
Wir waren, wir sind und wir werden sein!
Dieses Gedicht erschien erstmals in Arbeiter-Stimme. Organ der Kommunistischen Partei Leoben, 1. Jg., Nr. 2, Anfang Juni 1934, DÖW Bibliothekssignatur 4007a/9 (Bestand Illegale Flugblattsammlung); später wurde es in anderen illegalen Zeitun- gen veröffentlicht: Der rote Stern. Organ der KPÖ und des Schutzbund (Favoriten); Volkswacht. Nachrichten- und Propagandaorgan der Kommunistischen Partei für St. Pölten, Jänner 1935.
Dit gedicht (Het Vluchtschrift) verscheen voor het eerst in de Arbeidersstem. Het orgaan van de communistische partij Leoben, 1e Jaargang, nummer 2 in 1934. Verder werd het begin 1935 nog in enkele andere illegale kranten gepubliceerd, zoals de Rode Ster, het orgaan van de Oostenrijkse communistische partij. Door mij op mijn blog geplaatst ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid (1 mei 2014)
woensdag 16 april 2014
Man muss was tun
In de tweede helft van de zestiger jaren (20e eeuw) kwam in Duitsland de jongere generatie in opstand tegen de politiek heersende generatie, welke na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog, ondanks de voor velen geldende actieve deelname aan het Nationaal Socialisme, wederom de leidende posities hadden weten te bekleden. Met name tegen de regering CDU, SPD en FDP (de grote coalitie waarbij de FDP later weer uittrad) van bondskanselier Kiesinger, waarbij in feite de parlementaire oppositie ontbrak werd buitenparlementair actie gevoerd door met name de studentenbeweging. Het maatschappelijke klimaat in Duitsland schreeuwde als het ware om verandering. De dichter Franz Mon heeft dit klimaat met zijn woordenspel in het gedicht 'Man muss was tun' feilloos aangevoeld.
Franz Mon – man muss was tun (1967)
man muss was tun
muss man was tun
was muss man tun
tun muss man was
man hätte was getan
hätte man was getan
was hätte man getan
hätte man was getan
tun was man muss
was man tun muss
tun muss man was
was muss man tun.
Franz Mon – man muss was tun (1967)
man muss was tun
muss man was tun
was muss man tun
tun muss man was
man hätte was getan
hätte man was getan
was hätte man getan
hätte man was getan
tun was man muss
was man tun muss
tun muss man was
was muss man tun.
zaterdag 12 april 2014
Rosa Canina
Ik ken iemand die zich uit een soort van stil protest heeft laten fotograferen met meerdere struiken Hondsroos op de achtergrond. Deze persoon houdt zich bezig met vormgevingsvraagstukken in de openbare ruimte en geeft al langere tijd, in ieder overleg waar ik deze persoon tegen kom, consequent en met hout snijdende argumenten aan, waarom deze begroeiing op die specifieke plek niet de voorkeur verdiend. Ik ben het met die onderbouwing overigens hartgrondig eens. Wat mij betreft zetten ze daar subiet snelgroeiende Ammeretia's neer.
dinsdag 8 april 2014
Tussen Zenith en Nadir
Na de brede rivier met haar verdronken uiterwaarden te zijn overgestoken veranderde het landschap dat aan mij voorbij trok langzaam in een vroeg twintigste eeuwse stedelijke bebouwing, industriegebied welbeschouwd met hier en daar roodstenen gebouwen, fabriekshallen en met graffiti bekladde ketelhuizen waarvan de hoge schoorstenen schril tegen de reeds in schemering gevallen hemel afstaken. Regen sloeg tegen de beslagen ramen van de wagon welke naar mate de trein dieper de geürbaniseerde wereld binnen denderde, in snelheid afnam totdat deze uiteindelijk op het perron van het spooremplacement tot stilstand kwam. Enigszins onwennig liep ik even later vanaf het perron naar de fraaie openslaande houten deuren die mij de toegang verschaften tot de stationshal, waarvan de hoge zoldering was uitgevoerd met prachtige ornamenten uit een vervlogen architectonisch verleden. Met de mensenmassa mee verplaatste ik mij naar de taxistandplaats aan de andere kant van het in fraaie renaissance- en gotische stijlelementen uitgevoerde stationsgebouw. De wieltjes van de hardschalen koffer die ik achter mij aansleepte ratelden over de voegen van het tegeltableau waarmee de vloer van de ruimbemeten stationshal was geplaveid.
Ter hoogte van de rij loketten en in de onmiddellijke omgeving van het speciaal door de spoorwegmaatschappij aldaar geplaatste ontmoetingspunt, waren kinderen krijgertje aan het spelen, waarbij de echo van hun enthousiast gegil ongehinderd golvend de ruimte vulde.
Ik Ferdinand van Diepenhorst, inmiddels een lustrum weduwnaar met een over de jaren opgebouwde ervaring en een aldus verkregen onberispelijke staat van dienst in het onderwijs was na een periode van ad deliberandum, vastbesloten om in te gaan op het bijzondere aanbod - ontvangen van een goede vriend - om schooldirecteur te worden in deze idyllische provinciestad, waarvan de bewoners, zo had hij mij vooraf toevertrouwd, erg gesteld zijn op hun eigen rust en privéleven. Dat laatste kwam mij bijzonder goed uit, want de achter mij liggende jaren waren hectisch van aard geweest. Ik had moeten wennen aan mijn status van alleenstaande, hetgeen met vallen en opstaan gepaard was gegaan. In de sociëteit had ik mij al te vaak een offer aan Dionysus gebracht en na een moeizame weg terug naar een door een ieder geaccepteerde staat van algehele nuchterheid had ik mij voorgenomen mijn leven voorgoed een andere wending te geven. Met het adres van het voor mij geboekte hotel in mijn hand, sleepte ik mijn koffer al ontwijkend voort door de menigte, die zo leek het, allen net op die plek moesten zijn, welke exact mijn gang naar de uitgang belemmerde. Hoewel vriendelijk van toon en zich verontschuldigend voor de opeen volgende obstructies richting de voorzijde van het enorme gebouw, kwam het mij voor dat de toon van het geroezemoes van de door elkaar heen bewegende mannen en vrouwen in volume leek toe te nemen tot een oorverdovend gemurmel. Toen echter de hardhouten deuren aan de voorzijde van het stationsgebouw achter mij dicht vielen, stokte de aanzwellende kakofonie eensklaps en viel een overweldigende stilte over mij heen. In de verte hoorde ik vaag de geluiden van de stad. De grote hoge bomen, dichtbij elkaar geplant in het plantsoen, aan de voorzijde van het stationsgebouw waren inmiddels voor het overgrote gedeelte hun loof kwijt geraakt. In haar hoge toppen zag ik door de stromende regen heen, de verlaten kraaiennesten stevig meewiegen op het ritme van de harde wind. Onwillekeurig trok ik de kraag van mijn trenchcoat iets meer omhoog waardoor mijn nek en oren beschut raakten tegen het gure klimaat dat deze stad mij op dit ogenblik te bieden had. Vreemd, toen ik eerder deze dag met de trein de reis naar hier vanuit de hoofdstad had aangevangen was er sprake geweest van een bleek zonnetje, welke door het volledig ontbreken van ook maar een zuchtje wind, bijzonder aangenaam had aangevoeld. De trenchcoat die ik ter bescherming nu zo hard nodig had, had ik bij mijn vertrek dan ook losjes over de arm geslagen met mij meegedragen.
De taxi stond gelukkig al gereed op het met kasseien geplaveide parkeervak dat speciaal met dat doel voor het stationsgebouw was aangelegd. De al wat oudere chauffeur nam mijn koffer ongevraagd ter hand en tilde deze met een zwaai in de gapende ruimte onder het kofferdeksel van de klassiek gevormde bolide, waarna hij mij het portier opende zodat ik op de royale lederen achterbank plaats kon nemen. Terwijl ik de chauffeur aanschouwde kon ik niet anders dan concluderen dat er nog een wereld van verschil bestond tussen hoe zijn collega's in de hoofdstad het vak uitoefenen en hoe dat kennelijk hier in de provincie wordt gedaan. De man ging gekleed in een enigszins gedateerd donkergrijs dienstuniform met pet waarvan de klep glinsterend weerkaatste in het weinige licht dat de binnenkant van de carrosserie toeliet. Het beeld was er één dat in de hoofdstad al decennia tot het verleden behoorde. De man deed mij vaag denken aan de uitvaartleider die tijdens de dienst van Reina had gezorgd dat alles stipt volgens het programma was verlopen maar vrijwel meteen corrigeerde ik mijn gedachten weer omdat ik niet lang geleden had vernomen dat deze vriendelijke en behulpzame man, een half jaar na de te aardebestelling van Reina zelf aan het hemelen was geslagen. Terwijl ik het adres van mijn bestemming aan de chauffeur overhandigde dwaalden mijn gedachten onwillekeurig af naar Reina. Zou zij, als ze nog had geleefd en die vreselijke ziekte haar niet zo te pakken had genomen, met mij meegegaan zijn naar deze rustige provinciestad? Zou ze met mij gelukkig zijn geworden op deze plek waar het lijkt dat de progressie der mensheid geen connectie tot stand heeft kunnen brengen met het zacht maar onverbiddelijk pulseren van het kosmisch continuüm dat bepaald wordt door het natuurlijk evenwicht tussen ruimte en tijd? In feite doen de antwoorden er ook niet meer toe. Het heeft geen belang om te weten of Reina mij zou hebben gevolgd in het streven mijn carrière als schoolmeester te beëindigen met een laatste bevordering tot directeur van een openbare school in een stad ver buiten de ons zo vertrouwde omgeving van de hoofdstad.
Ik had Reina Verhulst leren kennen in de periode dat ik als beginnend schoolmeester verbonden was aan mijn eerste school. Na afronding van de kweekschool had ik in een opwelling gereageerd op een advertentie in een landelijk dagblad waarin een betrekking als beginnend onderwijzer werd aangeboden in een achterstandswijk in de hoofdstad. Wonder boven wonder kreeg ik de baan toegewezen en zo kwam ik in A terecht. Reina was de oudste dochter van mijn hospita waarbij ik terecht kwam en hoewel vrijer in doen en laten dan de meisjes die ik gewend was vanuit mijn geboortestad trof mij, hoe paradoxaal ook, de ongeveinsde gereserveerdheid die zij in mijn richting ten toon leek te spreiden. Haar Junonisch voorkomen ontdooide na enkele weken beetje bij beetje en daarna raakten we steeds meer in gesprek met elkaar, waarbij niet zelden gelachen werd om de geestige kwinkslagen of komische invallen waarmee we elkaar op kinderlijke wijze plachten te vermaken. Geleidelijk ontstond er meer en meer wederzijds respect en genegenheid en voelden we vanuit het niets een erotisch geladen spanning tussen ons ontstaan. Het resulteerde er uiteindelijk in dat we toegroeiden naar een staat van bereidwilligheid waarin we elkaar in een onbewaakt moment aan elkaar overgaven. Een jaar daarna hebben we onze definitieve verloving aangekondigd en een jaar later zijn we uiteindelijk met elkaar in het huwelijk getreden. Ondanks dat we het geluk van het krijgen van kinderen niet hebben mogen meemaken is ons huwelijk altijd goed geweest. Wellicht heeft juist dat feit onze onderlinge band alleen maar verstevigd waardoor we tot het laatst aan toe verknocht waren aan elkaar. Haar ziekte kwam sluipend ons geluk te niet doen. In het begin was er die alles omvattende vermoeidheid bij haar. Een kennelijk onvermijdbare lusteloosheid nam beetje bij beetje steeds meer bezit van Reina en daarna volgden de onverklaarbare pijntjes, welke eveneens naar verloop van tijd uitgroeiden tot echte pijn en andersoortige klachten zoals diarree en onrustbarend gewichtsverlies. Inmiddels waren we allang bij onze dokter langs geweest en volgde uiteindelijk een verwijzing naar het ziekenhuis. Uiteindelijk werd de diagnose gesteld die overeen kwam met waar we beiden steeds bang voor waren geweest. Onder voortdurende pijnbestrijding heeft ze nog een aantal maanden geleefd en toen was de koek echt op. Nadat we Reina ter grave hadden gedragen probeerde ik de draad weer op te pakken maar dat viel warempel niet mee. Na een tijd met mijzelf te hebben geworsteld heb ik de stap genomen om weer een zinvolle invulling te geven aan mijn leven. Met de aanvaarding van het ambt van schooldirecteur werd daartoe nu door mij een eerste stap gezet.
Nog met mijn gedachten verzonken in het verleden hoorde ik de chauffeur zeggen dat we waren aangekomen in de Johannes de Dooperstraat, de straat waarin het hotel gevestigd is alwaar ik de eerste dagen van mijn verblijf in deze stad zou gaan doorbrengen.
Na ingecheckt te hebben werd mijn koffer naar de kamer gebracht door een onberispelijk in het pak gestoken receptiemedewerker. Het viel mij op dat de kleur van zijn gelaat en handen ronduit bleek waren te noemen, hetgeen mogelijk te verklaren viel uit het hebben van te weinig slaap door al te lange werkdagen die als vanzelfsprekend aan het verrichten van het hotelvak lijken te kleven. Ik sloeg dan verder ook maar geen acht meer op mijn zojuist gedane observatie. De beide trappen van de steile wenteltrap vormden voor de man, ondanks mijn zware rolkoffer totaal geen probleem. Ikzelf daarentegen sleepte mij langs de onlangs nog geverniste trapleuning omhoog, waarbij ik op het tussenplateau even halt hield om mijn onregelmatig geworden hartslag weer wat rust te gunnen. De kamer was eenvoudig maar doelmatig ingericht, voorzien van eiken houten lambrisering en daardoor enigszins gedateerd aandoend maar desondanks van alle noodzakelijkheden en gemakken voorzien, waaronder een breed tweepersoons bed met aan weerszijden een nachtkastje met schuiflade met daarop een schemerlampje met perkamenten kap. Ook de bijbel ontbrak niet. Tegenover het voeteneinde van het bed bevond zich aan de lange wand een secretaire met daaronder een beige-zwart gestoffeerde stoel weggeschoven. Een smalle doch efficiënt ingerichte kledingkast van eikenhout met op de deur een passpiegel maakte het geheel compleet. Een TV-toestel moest ik op de kamer zelf ontberen maar dat werd, zo werd mij door de bleke receptiemedewerker verteld, gecompenseerd door de in de serre beneden voor algemeen gebruik ingerichte huiskamer alwaar een groot televisieapparaat deel uitmaakt van het interieur.
De volgende ochtend om 11 uur had ik mijn kennismakingsgesprek met de voorzitter en de overige leden van het schoolbestuur gepland staan, zodat ik nog even de tijd aan mij zelf had om nog iets van een warme maaltijd te nuttigen en de directe omgeving van mijn hotel te verkennen. Ik hoefde er immers niet al te vroeg uit, de volgende ochtend. Na mijn koffer te hebben uitgepakt trok ik mijn trenchcoat weer aan en begaf mij aldus naar buiten, onderweg de gerant bij de receptie gedag zeggend, welke gebaar hij beantwoorde met een korte knik. Het was nog steeds fris buiten maar de ellendige regen van zo pas was gelukkig gestopt. Ik liep een paar straten, stak enkele kruispunten en pleinen over, passeerde een enkel plantsoen en stopte op een brede allee even bij een plattegrond om mij te oriënteren op de resterende route. Bij het bestuderen van het stratenplan herkende ik de kerk waar ik zojuist langsgekomen was als een zwarte ster op de kaart. Ook het hotel stond erop want iets links van het midden in de Johannes de Dooperstraat stond op de plattegrond een klein bedje getekend, waarvan de legenda aangaf dat het hier om een slaapgelegenheid ging. Plots viel het mij op dat het crux immissa ontbrak in de legenda van de plattegrond. Waar zou hier het kerkhof zijn, vroeg ik mij vervolgens af en speurde de kaart kwadrant voor kwadrant af naar iets dat kon duiden op de aanwezigheid van een dodenakker. Mijn zoektocht bleef echter zonder resultaat. Ik besloot om er geen halszaak van te maken en mijn wandeltocht voort te zetten. Tenslotte wilde ik nog iets uit de warme keuken gebruiken, een verlangen dat zich meer en meer aan mij ging opdringen.
Het was niet overmatig druk in de eetgelegenheid, een paar tafeltjes langs de hoge vensterramen waren bezet. Een zacht geroezemoes weerklonk door het vertrek, achtergrondmuziek ontbrak in haar geheel. De gerechten op de kaart waren eenvoudig, zonder al teveel opsmuk. Waar vind je heden ten dage nog gekookte aardappelen op het menu? In de hoofdstad was dit volstrekt ondenkbaar en werden de groenten begeleidt door gebakken aardappelschijfjes of door die vervelende en veel te vette frieten uit Vlaanderen. Moderne fratsen zoals u wilt, maar hier leek het of de tijd stil had gestaan. Gekookte aardappelen, wortelen erbij en gecompleteerd met een gebakken visje. Ik liet het mij goed smaken. De serveerster, een nog jonge meid met een albasten huid, gekleed in een zwarte jurk met wit schort, bracht mij na het nagerecht genuttigd te hebben de onverkwikkelijke rekening. Verbazing alom toen ik bemerkte dat de bon, welke vergezeld ging met twee ouderwetse pepermuntjes op een wit schoteltje, onbeschreven was gebleven. Geen bedrag, nee niets van dat alles. Op mijn vraag waarom er niets aan mij werd doorberekend antwoordde ze: Maar u bent in dit oord toch nog maar net gearriveerd? Op mijn bevestiging zei ze olijk, "in dat geval is de eerste maaltijd altijd van het huis" en voegde ze er nog aan toe; "echt, zo doen we dat hier al sinds jaar en dag". Mij enigszins verbouwereerd achterlatend, liep ze op kokette wijze terug naar het buffet.
De nacht heb ik overwegend onrustig doorgebracht. Ik liet mij de eerste indrukken van de voorbije dag nog eens aan mijn geestesoog passeren en dacht na over wat mij de volgende dag stond te wachten bij mijn bezoek aan het schoolbestuur. Uiteindelijk werd ik toch nog later wakker dan ik mij aanvankelijk had voorgenomen. De gerant begroete mij op vriendelijke wijze toen ik de eetzaal betrad. De broodjes liet ik mij lekker smaken en ook het kopje thee, waarschijnlijk gezet van losse theeblaadjes kon mij werkelijk zeer bekoren. Een kwartier later verliet ik het hotel onderweg naar het adres dat mij was opgegeven als ontmoetingsplaats met het voltallige schoolbestuur. Ik kwam er ruim voor de afgesproken tijd van elf uur aan.
De voorzitter begroete mij allerhartelijkst net als de twee andere bestuurders die in de kleine vergaderruimte aanwezig waren. We zijn nog niet helemaal compleet, zo liet de voorzitter mij weten, we moeten nog heel even geduld hebben, onze secretaresse zal ieder moment ook hier kunnen zijn. In afwachting van haar spraken we op informele wijze wat over het regenachtige weer dat hier kennelijk altijd wat onstuimiger lijkt te zijn en nog wat over andere onbenulligheden. Ik zat met mijn rug naar de deur die toegang gaf tot het vertrek. De secretaresse kwam binnen en werd door de overige aanwezigen begroet. Onwillekeurig draaide ik mij om naar de deur. Het bloed trok mij gelijk uit mijn gelaat en stotterend bracht ik uit....Reina... Jij...hier? Dat kan toch helemaal niet... Je hoort toch dood te zijn. Ik dreigde mijzelf te verliezen in spontane krankzinnigheid.
Dag Ferdinand, zei ze kalm. Ik begrijp je verbazing. Ik kon je maar niet missen, onze liefde was vanaf het begin toch voorbestemd als een liefde voor de eeuwigheid. Als het ware van Zenith tot aan Nadir en daarom heb ik je uiteindelijk naar hier laten overkomen. Die baan hier als schooldirecteur, die is je namelijk op het lijf geschreven.
Ik Ferdinand van Diepenhorst, inmiddels een lustrum weduwnaar met een over de jaren opgebouwde ervaring en een aldus verkregen onberispelijke staat van dienst in het onderwijs was na een periode van ad deliberandum, vastbesloten om in te gaan op het bijzondere aanbod - ontvangen van een goede vriend - om schooldirecteur te worden in deze idyllische provinciestad, waarvan de bewoners, zo had hij mij vooraf toevertrouwd, erg gesteld zijn op hun eigen rust en privéleven. Dat laatste kwam mij bijzonder goed uit, want de achter mij liggende jaren waren hectisch van aard geweest. Ik had moeten wennen aan mijn status van alleenstaande, hetgeen met vallen en opstaan gepaard was gegaan. In de sociëteit had ik mij al te vaak een offer aan Dionysus gebracht en na een moeizame weg terug naar een door een ieder geaccepteerde staat van algehele nuchterheid had ik mij voorgenomen mijn leven voorgoed een andere wending te geven. Met het adres van het voor mij geboekte hotel in mijn hand, sleepte ik mijn koffer al ontwijkend voort door de menigte, die zo leek het, allen net op die plek moesten zijn, welke exact mijn gang naar de uitgang belemmerde. Hoewel vriendelijk van toon en zich verontschuldigend voor de opeen volgende obstructies richting de voorzijde van het enorme gebouw, kwam het mij voor dat de toon van het geroezemoes van de door elkaar heen bewegende mannen en vrouwen in volume leek toe te nemen tot een oorverdovend gemurmel. Toen echter de hardhouten deuren aan de voorzijde van het stationsgebouw achter mij dicht vielen, stokte de aanzwellende kakofonie eensklaps en viel een overweldigende stilte over mij heen. In de verte hoorde ik vaag de geluiden van de stad. De grote hoge bomen, dichtbij elkaar geplant in het plantsoen, aan de voorzijde van het stationsgebouw waren inmiddels voor het overgrote gedeelte hun loof kwijt geraakt. In haar hoge toppen zag ik door de stromende regen heen, de verlaten kraaiennesten stevig meewiegen op het ritme van de harde wind. Onwillekeurig trok ik de kraag van mijn trenchcoat iets meer omhoog waardoor mijn nek en oren beschut raakten tegen het gure klimaat dat deze stad mij op dit ogenblik te bieden had. Vreemd, toen ik eerder deze dag met de trein de reis naar hier vanuit de hoofdstad had aangevangen was er sprake geweest van een bleek zonnetje, welke door het volledig ontbreken van ook maar een zuchtje wind, bijzonder aangenaam had aangevoeld. De trenchcoat die ik ter bescherming nu zo hard nodig had, had ik bij mijn vertrek dan ook losjes over de arm geslagen met mij meegedragen.
De taxi stond gelukkig al gereed op het met kasseien geplaveide parkeervak dat speciaal met dat doel voor het stationsgebouw was aangelegd. De al wat oudere chauffeur nam mijn koffer ongevraagd ter hand en tilde deze met een zwaai in de gapende ruimte onder het kofferdeksel van de klassiek gevormde bolide, waarna hij mij het portier opende zodat ik op de royale lederen achterbank plaats kon nemen. Terwijl ik de chauffeur aanschouwde kon ik niet anders dan concluderen dat er nog een wereld van verschil bestond tussen hoe zijn collega's in de hoofdstad het vak uitoefenen en hoe dat kennelijk hier in de provincie wordt gedaan. De man ging gekleed in een enigszins gedateerd donkergrijs dienstuniform met pet waarvan de klep glinsterend weerkaatste in het weinige licht dat de binnenkant van de carrosserie toeliet. Het beeld was er één dat in de hoofdstad al decennia tot het verleden behoorde. De man deed mij vaag denken aan de uitvaartleider die tijdens de dienst van Reina had gezorgd dat alles stipt volgens het programma was verlopen maar vrijwel meteen corrigeerde ik mijn gedachten weer omdat ik niet lang geleden had vernomen dat deze vriendelijke en behulpzame man, een half jaar na de te aardebestelling van Reina zelf aan het hemelen was geslagen. Terwijl ik het adres van mijn bestemming aan de chauffeur overhandigde dwaalden mijn gedachten onwillekeurig af naar Reina. Zou zij, als ze nog had geleefd en die vreselijke ziekte haar niet zo te pakken had genomen, met mij meegegaan zijn naar deze rustige provinciestad? Zou ze met mij gelukkig zijn geworden op deze plek waar het lijkt dat de progressie der mensheid geen connectie tot stand heeft kunnen brengen met het zacht maar onverbiddelijk pulseren van het kosmisch continuüm dat bepaald wordt door het natuurlijk evenwicht tussen ruimte en tijd? In feite doen de antwoorden er ook niet meer toe. Het heeft geen belang om te weten of Reina mij zou hebben gevolgd in het streven mijn carrière als schoolmeester te beëindigen met een laatste bevordering tot directeur van een openbare school in een stad ver buiten de ons zo vertrouwde omgeving van de hoofdstad.
Ik had Reina Verhulst leren kennen in de periode dat ik als beginnend schoolmeester verbonden was aan mijn eerste school. Na afronding van de kweekschool had ik in een opwelling gereageerd op een advertentie in een landelijk dagblad waarin een betrekking als beginnend onderwijzer werd aangeboden in een achterstandswijk in de hoofdstad. Wonder boven wonder kreeg ik de baan toegewezen en zo kwam ik in A terecht. Reina was de oudste dochter van mijn hospita waarbij ik terecht kwam en hoewel vrijer in doen en laten dan de meisjes die ik gewend was vanuit mijn geboortestad trof mij, hoe paradoxaal ook, de ongeveinsde gereserveerdheid die zij in mijn richting ten toon leek te spreiden. Haar Junonisch voorkomen ontdooide na enkele weken beetje bij beetje en daarna raakten we steeds meer in gesprek met elkaar, waarbij niet zelden gelachen werd om de geestige kwinkslagen of komische invallen waarmee we elkaar op kinderlijke wijze plachten te vermaken. Geleidelijk ontstond er meer en meer wederzijds respect en genegenheid en voelden we vanuit het niets een erotisch geladen spanning tussen ons ontstaan. Het resulteerde er uiteindelijk in dat we toegroeiden naar een staat van bereidwilligheid waarin we elkaar in een onbewaakt moment aan elkaar overgaven. Een jaar daarna hebben we onze definitieve verloving aangekondigd en een jaar later zijn we uiteindelijk met elkaar in het huwelijk getreden. Ondanks dat we het geluk van het krijgen van kinderen niet hebben mogen meemaken is ons huwelijk altijd goed geweest. Wellicht heeft juist dat feit onze onderlinge band alleen maar verstevigd waardoor we tot het laatst aan toe verknocht waren aan elkaar. Haar ziekte kwam sluipend ons geluk te niet doen. In het begin was er die alles omvattende vermoeidheid bij haar. Een kennelijk onvermijdbare lusteloosheid nam beetje bij beetje steeds meer bezit van Reina en daarna volgden de onverklaarbare pijntjes, welke eveneens naar verloop van tijd uitgroeiden tot echte pijn en andersoortige klachten zoals diarree en onrustbarend gewichtsverlies. Inmiddels waren we allang bij onze dokter langs geweest en volgde uiteindelijk een verwijzing naar het ziekenhuis. Uiteindelijk werd de diagnose gesteld die overeen kwam met waar we beiden steeds bang voor waren geweest. Onder voortdurende pijnbestrijding heeft ze nog een aantal maanden geleefd en toen was de koek echt op. Nadat we Reina ter grave hadden gedragen probeerde ik de draad weer op te pakken maar dat viel warempel niet mee. Na een tijd met mijzelf te hebben geworsteld heb ik de stap genomen om weer een zinvolle invulling te geven aan mijn leven. Met de aanvaarding van het ambt van schooldirecteur werd daartoe nu door mij een eerste stap gezet.
Nog met mijn gedachten verzonken in het verleden hoorde ik de chauffeur zeggen dat we waren aangekomen in de Johannes de Dooperstraat, de straat waarin het hotel gevestigd is alwaar ik de eerste dagen van mijn verblijf in deze stad zou gaan doorbrengen.
Na ingecheckt te hebben werd mijn koffer naar de kamer gebracht door een onberispelijk in het pak gestoken receptiemedewerker. Het viel mij op dat de kleur van zijn gelaat en handen ronduit bleek waren te noemen, hetgeen mogelijk te verklaren viel uit het hebben van te weinig slaap door al te lange werkdagen die als vanzelfsprekend aan het verrichten van het hotelvak lijken te kleven. Ik sloeg dan verder ook maar geen acht meer op mijn zojuist gedane observatie. De beide trappen van de steile wenteltrap vormden voor de man, ondanks mijn zware rolkoffer totaal geen probleem. Ikzelf daarentegen sleepte mij langs de onlangs nog geverniste trapleuning omhoog, waarbij ik op het tussenplateau even halt hield om mijn onregelmatig geworden hartslag weer wat rust te gunnen. De kamer was eenvoudig maar doelmatig ingericht, voorzien van eiken houten lambrisering en daardoor enigszins gedateerd aandoend maar desondanks van alle noodzakelijkheden en gemakken voorzien, waaronder een breed tweepersoons bed met aan weerszijden een nachtkastje met schuiflade met daarop een schemerlampje met perkamenten kap. Ook de bijbel ontbrak niet. Tegenover het voeteneinde van het bed bevond zich aan de lange wand een secretaire met daaronder een beige-zwart gestoffeerde stoel weggeschoven. Een smalle doch efficiënt ingerichte kledingkast van eikenhout met op de deur een passpiegel maakte het geheel compleet. Een TV-toestel moest ik op de kamer zelf ontberen maar dat werd, zo werd mij door de bleke receptiemedewerker verteld, gecompenseerd door de in de serre beneden voor algemeen gebruik ingerichte huiskamer alwaar een groot televisieapparaat deel uitmaakt van het interieur.
De volgende ochtend om 11 uur had ik mijn kennismakingsgesprek met de voorzitter en de overige leden van het schoolbestuur gepland staan, zodat ik nog even de tijd aan mij zelf had om nog iets van een warme maaltijd te nuttigen en de directe omgeving van mijn hotel te verkennen. Ik hoefde er immers niet al te vroeg uit, de volgende ochtend. Na mijn koffer te hebben uitgepakt trok ik mijn trenchcoat weer aan en begaf mij aldus naar buiten, onderweg de gerant bij de receptie gedag zeggend, welke gebaar hij beantwoorde met een korte knik. Het was nog steeds fris buiten maar de ellendige regen van zo pas was gelukkig gestopt. Ik liep een paar straten, stak enkele kruispunten en pleinen over, passeerde een enkel plantsoen en stopte op een brede allee even bij een plattegrond om mij te oriënteren op de resterende route. Bij het bestuderen van het stratenplan herkende ik de kerk waar ik zojuist langsgekomen was als een zwarte ster op de kaart. Ook het hotel stond erop want iets links van het midden in de Johannes de Dooperstraat stond op de plattegrond een klein bedje getekend, waarvan de legenda aangaf dat het hier om een slaapgelegenheid ging. Plots viel het mij op dat het crux immissa ontbrak in de legenda van de plattegrond. Waar zou hier het kerkhof zijn, vroeg ik mij vervolgens af en speurde de kaart kwadrant voor kwadrant af naar iets dat kon duiden op de aanwezigheid van een dodenakker. Mijn zoektocht bleef echter zonder resultaat. Ik besloot om er geen halszaak van te maken en mijn wandeltocht voort te zetten. Tenslotte wilde ik nog iets uit de warme keuken gebruiken, een verlangen dat zich meer en meer aan mij ging opdringen.
Het was niet overmatig druk in de eetgelegenheid, een paar tafeltjes langs de hoge vensterramen waren bezet. Een zacht geroezemoes weerklonk door het vertrek, achtergrondmuziek ontbrak in haar geheel. De gerechten op de kaart waren eenvoudig, zonder al teveel opsmuk. Waar vind je heden ten dage nog gekookte aardappelen op het menu? In de hoofdstad was dit volstrekt ondenkbaar en werden de groenten begeleidt door gebakken aardappelschijfjes of door die vervelende en veel te vette frieten uit Vlaanderen. Moderne fratsen zoals u wilt, maar hier leek het of de tijd stil had gestaan. Gekookte aardappelen, wortelen erbij en gecompleteerd met een gebakken visje. Ik liet het mij goed smaken. De serveerster, een nog jonge meid met een albasten huid, gekleed in een zwarte jurk met wit schort, bracht mij na het nagerecht genuttigd te hebben de onverkwikkelijke rekening. Verbazing alom toen ik bemerkte dat de bon, welke vergezeld ging met twee ouderwetse pepermuntjes op een wit schoteltje, onbeschreven was gebleven. Geen bedrag, nee niets van dat alles. Op mijn vraag waarom er niets aan mij werd doorberekend antwoordde ze: Maar u bent in dit oord toch nog maar net gearriveerd? Op mijn bevestiging zei ze olijk, "in dat geval is de eerste maaltijd altijd van het huis" en voegde ze er nog aan toe; "echt, zo doen we dat hier al sinds jaar en dag". Mij enigszins verbouwereerd achterlatend, liep ze op kokette wijze terug naar het buffet.
De nacht heb ik overwegend onrustig doorgebracht. Ik liet mij de eerste indrukken van de voorbije dag nog eens aan mijn geestesoog passeren en dacht na over wat mij de volgende dag stond te wachten bij mijn bezoek aan het schoolbestuur. Uiteindelijk werd ik toch nog later wakker dan ik mij aanvankelijk had voorgenomen. De gerant begroete mij op vriendelijke wijze toen ik de eetzaal betrad. De broodjes liet ik mij lekker smaken en ook het kopje thee, waarschijnlijk gezet van losse theeblaadjes kon mij werkelijk zeer bekoren. Een kwartier later verliet ik het hotel onderweg naar het adres dat mij was opgegeven als ontmoetingsplaats met het voltallige schoolbestuur. Ik kwam er ruim voor de afgesproken tijd van elf uur aan.
De voorzitter begroete mij allerhartelijkst net als de twee andere bestuurders die in de kleine vergaderruimte aanwezig waren. We zijn nog niet helemaal compleet, zo liet de voorzitter mij weten, we moeten nog heel even geduld hebben, onze secretaresse zal ieder moment ook hier kunnen zijn. In afwachting van haar spraken we op informele wijze wat over het regenachtige weer dat hier kennelijk altijd wat onstuimiger lijkt te zijn en nog wat over andere onbenulligheden. Ik zat met mijn rug naar de deur die toegang gaf tot het vertrek. De secretaresse kwam binnen en werd door de overige aanwezigen begroet. Onwillekeurig draaide ik mij om naar de deur. Het bloed trok mij gelijk uit mijn gelaat en stotterend bracht ik uit....Reina... Jij...hier? Dat kan toch helemaal niet... Je hoort toch dood te zijn. Ik dreigde mijzelf te verliezen in spontane krankzinnigheid.
Dag Ferdinand, zei ze kalm. Ik begrijp je verbazing. Ik kon je maar niet missen, onze liefde was vanaf het begin toch voorbestemd als een liefde voor de eeuwigheid. Als het ware van Zenith tot aan Nadir en daarom heb ik je uiteindelijk naar hier laten overkomen. Die baan hier als schooldirecteur, die is je namelijk op het lijf geschreven.
dinsdag 1 april 2014
Dubbel pech
Op zaal heb je elkaar maar te nemen zoals je bent. Je medepatienten kies je uiteindelijk niet zelf maar worden je door het lot toebedeeld. Zo ook van Schie.
Last van de urinewegen, inmiddels geholpen en wachtend op een heldere kleur in het zakje van de katheter om dan vervolgens naar huis te mogen gaan. Vanuit het verleden wordt van Schie behept met enkele mankementen waarvan de epileptische aanvallen de meest ernstigste zijn. Als de geest ontspant wordt van Schie soms overmand door spontane slaap, ook overdag. Tijdens de slaap kan hij soms ongecontroleerd gaan schreeuwen of om zich heen gaan slaan. Zijn vrouw had ons er vooraf al een beetje voor gewaarschuwd.
Vanmorgen na het ontbijt waren we allemaal nog een beetje in onszelf gekeerd, ikzelf lag op bed en luisterde naar muziek via de IPad, de anderen lagen ook nog wat te soezen op het bed. Van Schie had dit onbewaakte moment aangegrepen om voor zichzelf een lekker shaggie te gaan bouwen, aan te steken en er zonder al teveel scrupules met volle teugen van te genieten. Dit alles buiten onze directe waarneming totdat vrij onverwacht de koffiedame met haar karretje de zaal op kwam rijden. Paniek alom. "Meneer van Schie, ligt u daar nu te roken? wilt u die sigaret onmiddellijk uitmaken". De eerst verantwoordelijke zuster werd erbij gesleept en van Schie kreeg als een kleine kwajongen onder uit de zak. Enigszins beteuterd werd het sigaretje door hem gedoofd. We hebben er smakelijk om moeten lachen en plaagden hem als bij het uitdelen van de medicijnen door ons gevraagd werd of er ook nicotinepleisters voor van Schie bij waren.
Het bloed kruipt toch waar het niet kan gaan. 's-Middags werd de jas door van Schie uit de kast gehaald, het infuus inclusief de urinezak in stelling gebracht om op reis te gaan en even later vertrok hij met de lift naar beneden richting de ingang van het ziekenhuis. In onderbroek en met blote benen, wel te verstaan. Jas daar bovenop. De lokroep van de sigaret was hem te sterk geworden. Het vlees daarentegen te zwak. Na een tijdje weggeweest te zijn kwam van Schie de zaal weer oplopen. Op mijn oprecht geïnteresseerde vraag of het sigaretje hem had gesmaakt antwoordde hij enigszins teleurgesteld; Nee man, niks gehad, ik was die verrekte aansteker vergeten.
Vanmorgen na het ontbijt waren we allemaal nog een beetje in onszelf gekeerd, ikzelf lag op bed en luisterde naar muziek via de IPad, de anderen lagen ook nog wat te soezen op het bed. Van Schie had dit onbewaakte moment aangegrepen om voor zichzelf een lekker shaggie te gaan bouwen, aan te steken en er zonder al teveel scrupules met volle teugen van te genieten. Dit alles buiten onze directe waarneming totdat vrij onverwacht de koffiedame met haar karretje de zaal op kwam rijden. Paniek alom. "Meneer van Schie, ligt u daar nu te roken? wilt u die sigaret onmiddellijk uitmaken". De eerst verantwoordelijke zuster werd erbij gesleept en van Schie kreeg als een kleine kwajongen onder uit de zak. Enigszins beteuterd werd het sigaretje door hem gedoofd. We hebben er smakelijk om moeten lachen en plaagden hem als bij het uitdelen van de medicijnen door ons gevraagd werd of er ook nicotinepleisters voor van Schie bij waren.
Het bloed kruipt toch waar het niet kan gaan. 's-Middags werd de jas door van Schie uit de kast gehaald, het infuus inclusief de urinezak in stelling gebracht om op reis te gaan en even later vertrok hij met de lift naar beneden richting de ingang van het ziekenhuis. In onderbroek en met blote benen, wel te verstaan. Jas daar bovenop. De lokroep van de sigaret was hem te sterk geworden. Het vlees daarentegen te zwak. Na een tijdje weggeweest te zijn kwam van Schie de zaal weer oplopen. Op mijn oprecht geïnteresseerde vraag of het sigaretje hem had gesmaakt antwoordde hij enigszins teleurgesteld; Nee man, niks gehad, ik was die verrekte aansteker vergeten.
woensdag 26 maart 2014
De rekening van Geert
Vanuit de provinciale politiek heb ik de PVV enigszins leren kennen als een partij die, ongeacht welk onderwerp, mordicus tegen grote projecten is. Maakt niet uit of het daarbij handelt om infra-structurele plannen of om ontwikkelingen die ruimtelijk dienen te worden ingepast. Windmolens draaien op subsidie en een in verdiepte ligging aan te leggen autoweg door de stad had met een andere tracé-keuze vele, vele miljoenen goedkoper uit kunnen vallen. Altijd mordicus tegen. Subsidie in kunst, weggegooid geld ter financiering van linkse hobby's. Verkwisting van overheidsgeld ligt alle politici van de PVV voor in de mond.
Er zijn binnen de PVV echter ook uitgaven, welke door de overheid worden voldaan die buiten de discussie over verkwisting van Rijksgeld mogen blijven. We spreken dan over de exorbitante uitgaven die moeten worden gedaan ter beveiliging van de zelfbenoemde leider van deze sektarische politieke beweging. De samenleving wordt nu al ruim een decennium lang opgezadeld met deze kosten die door het onaangepaste gedrag van Geert zelve, tot in lengte van dagen moeten worden gecontinueerd. Elke uiting van volksmennerij om het onderbuikgevoel bij zijn achterban te blijven voeden leidt onverkort tot angst en onbehagen maar ook tot woede en frustratie bij de groep die daardoor beledigd wordt. Dat daardoor ook de indexering van de dreiging voor een op hem gerichte aanslag van groen, via oranje naar rood schiet, is de tol die onze maatschappij kennelijk moet betalen voor de zogenaamde vrijheid van meningsuiting, waarmee Geert zijn uitlatingen recht praat.
Bij de proportioneel in onbalans geraakte maatschappelijke kosten voor politie-inzet bij sommige wedstrijden in het betaald voetbal is weleens geopperd deze kosten neer te leggen bij de clubs zelf. Zover is het tot op heden echter nog niet gekomen maar zou het niet een aardige gedachte zijn om parallel aan deze denklijn ook de door onaangepast gedrag veroorzaakte beveiligingskosten bij de veroorzaker dezes zelf neer te leggen?
Er zijn binnen de PVV echter ook uitgaven, welke door de overheid worden voldaan die buiten de discussie over verkwisting van Rijksgeld mogen blijven. We spreken dan over de exorbitante uitgaven die moeten worden gedaan ter beveiliging van de zelfbenoemde leider van deze sektarische politieke beweging. De samenleving wordt nu al ruim een decennium lang opgezadeld met deze kosten die door het onaangepaste gedrag van Geert zelve, tot in lengte van dagen moeten worden gecontinueerd. Elke uiting van volksmennerij om het onderbuikgevoel bij zijn achterban te blijven voeden leidt onverkort tot angst en onbehagen maar ook tot woede en frustratie bij de groep die daardoor beledigd wordt. Dat daardoor ook de indexering van de dreiging voor een op hem gerichte aanslag van groen, via oranje naar rood schiet, is de tol die onze maatschappij kennelijk moet betalen voor de zogenaamde vrijheid van meningsuiting, waarmee Geert zijn uitlatingen recht praat.
Bij de proportioneel in onbalans geraakte maatschappelijke kosten voor politie-inzet bij sommige wedstrijden in het betaald voetbal is weleens geopperd deze kosten neer te leggen bij de clubs zelf. Zover is het tot op heden echter nog niet gekomen maar zou het niet een aardige gedachte zijn om parallel aan deze denklijn ook de door onaangepast gedrag veroorzaakte beveiligingskosten bij de veroorzaker dezes zelf neer te leggen?
zondag 19 januari 2014
Zeepbel voor gasbel
Groningen en dan met name Noordoost en Oost Groningen beheersen de politieke agenda van het kabinet. Er zijn vast bewindslieden die bij het horen van de naam van onze regio al het zweet tussen hun billen hebben staan. De minister van Economische Zaken Henk Kamp heeft ons afgelopen vrijdag zijn fopspeen gebracht, waarvan hij hoopt dat daarmee hier het rumoer over de gaswinning en de aardbevingen zal gaan verstommen. Ter compensatie van het leeghalen van de Groninger gasbel en de schade en ellende die dat in onze provincie allemaal teweeg brengt, heeft hij ons met zijn aangekondigde maatregelen en zijn financiële kralen en spiegels uiteindelijk een zeepbel verkocht.
We worden wederom met zijn allen weer besodemieterd! Laat ik beginnen met de zogenaamde hand aan de kraan, waarbij in het meest risicovolle winningsgebied de productie met maar liefst 80% wordt teruggebracht. Het betreft concreet de productie rondom Loppersum, waar de prachtige fresco's van de hervormde Petrus en Paulus kerk al in stukken naar beneden komen. Het verlies aan productie aldaar wordt aan de rand van het Groninger gasveld gecompenseerd door meer uit de grond te gaan halen rondom Hoogezand-Sappemeer en Scheemda. Het risico dat de aardbevingen zich op termijn mee zullen gaan verplaatsen naar dit gebied als episch centrum wordt gebagatelliseerd met de voorspelling dat de kans op een beving daar, door een andere bodemsamenstelling, maar 10% is van de huidige situatie rondom Loppersum. Wie kennen de NAM en de wetenschappers, wie gelooft dat nog?
De productie gaat inderdaad omlaag. Ten opzichte van het afgelopen jaar dan. Het jaar waarin de hoofdafsluiter juist, tegen alle adviezen in, extra wijd open werd gedraaid en waarbij in totaal een topproductie van bijna 55 miljard kubieke meter gas werd gerealiseerd. Nu wil Kamp weer terug vallen op circa 42 a 43 miljard kuub per jaar. Laat dat nu precies de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid van het huidige productieplan zijn! Er wordt daarmee dus in het geheel niet aan productiebeperking gedaan, terwijl het Staatstoezicht op de Mijnen, de adviseur ten aanzien van veiligheid van de minister zelf, al een jaar roept dat ten opzichte van dit productieplan direct minimaal 40% moet worden gereduceerd. De harde conclusie is dat er in 2013 juist 10% meer is geproduceerd in plaats van de geadviseerde 40% minder. Over zorg voor onze regio en haar bevolking gesproken!
Dan het geld. Kamp bracht afgelopen vrijdag 1,2 miljard euro voor de regio mee. Een op het eerste gezicht gigantisch bedrag maar schijn bedriegt. In dit bedrag zit 500 miljoen euro waartoe de NAM zich nu al heeft verplicht om het herstel van de lopende schades af te wikkelen. Ook zit in het bedrag regulier geld voor het verstevigen van de dijken waarmee reeds 850 miljoen euro van de 1,2 miljard al was voorzien. Dit betekent dat slechts 350 miljoen van het totale bedrag aan de regio additioneel geld is. In feite zijn we dus blij gemaakt met een dooie mus.
We worden wederom met zijn allen weer besodemieterd! Laat ik beginnen met de zogenaamde hand aan de kraan, waarbij in het meest risicovolle winningsgebied de productie met maar liefst 80% wordt teruggebracht. Het betreft concreet de productie rondom Loppersum, waar de prachtige fresco's van de hervormde Petrus en Paulus kerk al in stukken naar beneden komen. Het verlies aan productie aldaar wordt aan de rand van het Groninger gasveld gecompenseerd door meer uit de grond te gaan halen rondom Hoogezand-Sappemeer en Scheemda. Het risico dat de aardbevingen zich op termijn mee zullen gaan verplaatsen naar dit gebied als episch centrum wordt gebagatelliseerd met de voorspelling dat de kans op een beving daar, door een andere bodemsamenstelling, maar 10% is van de huidige situatie rondom Loppersum. Wie kennen de NAM en de wetenschappers, wie gelooft dat nog?
De productie gaat inderdaad omlaag. Ten opzichte van het afgelopen jaar dan. Het jaar waarin de hoofdafsluiter juist, tegen alle adviezen in, extra wijd open werd gedraaid en waarbij in totaal een topproductie van bijna 55 miljard kubieke meter gas werd gerealiseerd. Nu wil Kamp weer terug vallen op circa 42 a 43 miljard kuub per jaar. Laat dat nu precies de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid van het huidige productieplan zijn! Er wordt daarmee dus in het geheel niet aan productiebeperking gedaan, terwijl het Staatstoezicht op de Mijnen, de adviseur ten aanzien van veiligheid van de minister zelf, al een jaar roept dat ten opzichte van dit productieplan direct minimaal 40% moet worden gereduceerd. De harde conclusie is dat er in 2013 juist 10% meer is geproduceerd in plaats van de geadviseerde 40% minder. Over zorg voor onze regio en haar bevolking gesproken!
Dan het geld. Kamp bracht afgelopen vrijdag 1,2 miljard euro voor de regio mee. Een op het eerste gezicht gigantisch bedrag maar schijn bedriegt. In dit bedrag zit 500 miljoen euro waartoe de NAM zich nu al heeft verplicht om het herstel van de lopende schades af te wikkelen. Ook zit in het bedrag regulier geld voor het verstevigen van de dijken waarmee reeds 850 miljoen euro van de 1,2 miljard al was voorzien. Dit betekent dat slechts 350 miljoen van het totale bedrag aan de regio additioneel geld is. In feite zijn we dus blij gemaakt met een dooie mus.
Abonneren op:
Posts (Atom)