Nu er vandaag nog meer gevallen van wetenschapsfraude van D.Stapel naar boven zijn gekomen, herinnerde dat mij aan een klein artikeltje over de schilder Antonio Fomez van Umberto Eco, dat volgens de inzichten van het hedendaagse citationisme, geen enkele twijfel met zich mee kan brengen omtrent de waarheid daarvan.
Om de lezer ( over het begrip 'lezer' vgl. D.Coste, ' Three concepts of the reader and their contribution to a theory of literary texts', Orbis literarum 34, 1880; W.Iser, Der Akt des Lesens, München, 1976; U. Eco, Lector in tabula, Milaan, 1979; G.Prince, 'Introduction á l'étude du narrataire' Poétique 14, 1973; M.Nojgaard, Le lectuur te Le critique, Degrés 21, 1980) wat nieuwe ideeën aan de hand te doen ( vgl. B.Croce, Estetica come scienza dell'espressione e linguistica generale, Bari, 1902; H.Bergson, Oeuvres, Edition du Centenaire, Parijs, 1963; E.Husserl, Ideen zu einder reinen Phänomenologie und phänomenologischen Philosophie, Den Haag, 1950) over de schilderkunst (over het begrip 'schilderkunst' vgl. Cennino Cennini, Trattato della pittura; Bellori, Vite d'artisti; Vasari, Le Vite; Trattari d'arte della Cincquecento, bezorgd door P.Barocchi, Bari, 1960; Lomazzo, Trattato dell'arte della pittura; Baldinucci, Vocabolario toscano dell'arte del disegno, S.van Hoogstraten, Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkunst, 1678, VIII,I, pp 279 e.v.; L.Dolce, Dialogo della pittura; Zuccari, Idea de pittori) van Antonio Fomez (vgl. voor een algemene bibliografie G. Pedicini, Fomez, Milaan, 1980, met name pp 60-90) zou ik een analyse moeten trachten te geven (vgl. H.Putnam, 'The analytic and the synthetic' in Mind, Language and Reality 2, Londen-Cambridge, 1975; M. White (red.), The Age of Analysis, New York, 1955) die absoluut onschuldig en onbevooroordeeld (vgl. J.Piaget, La répresentation du monde chez l'enfant, Parijs, 1955; G.Kanizsa, Grammatica del vedere, Bolonga, 1981) van vorm is (vgl. W.Köhler, Gestalt Psychology, New York, 1947; P. Guillaume, La psychologie de la forme, Parijs, 1937). Maar dat is een heel ding (over het Ding an sich vgl. I.Kant, Kritik der reinen Vernunft, 1781-1787) in deze post-moderne (vgl. vgl. ((vgl. (((vgl. vgl. )))))) wereld ( vgl. Aristoteles, Metafysica). En daarom zeg ik dus maar niets (vgl. Sarte, L'être et le néant, Parijs, 1943). Rest de stilte (Wittgenstein, Tractatus, 7). Sorry, andere ( vgl. J.Lacan, Ecrits, Parijs, 1966) keer (vgl. Violet-le-Duc, Opera omina) beter.
maandag 5 november 2012
Wetenschapsfraude
Labels:
ethiek,
misbruik,
Ontsnipperingsmaatregel
woensdag 24 oktober 2012
GroenLinks houdt vast aan Winschoten als ziekenhuislocatie.
De GroenLinks-fractie in het Oldambt is onaangenaam verrast over het vroegtijdig naar buiten gebracht resultaat met betrekking tot de toekomstige vestigingsplaats van een nieuw ziekenhuis voor Noord en Oost Groningen. Terwijl het officiële rapport nog moet worden uitgebracht en in de loop van volgende week wordt verwacht, worden de geesten, volgens fractielid Herman Folkerts nu al rijp gemaakt voor een nieuw ziekenhuis in Zuidbroek.
Het bevreemdt ons overigens niet dat Zuidbroek als gewenste vestigingsplaats uit de bus komt, aldus Folkerts. Zuidbroek is vanaf het begin de voorkeurslocatie geweest van het OZG. Het Provinciale Omgevingsplan staat echter de bouw van een ziekenhuis in Zuidbroek niet toe. Het lijkt er nu op dat het bestuur van het OZG, samen met verzekeraar Menzis en het UMCG, als opdrachtgever voor het nieuwe rapport, alsnog via een omweg de gedroomde vestigingsplaats Zuidbroek naar voren wenst te schuiven.
Zuidbroek is kennelijk de meest gewenste locatie vanuit het verlenen van ziekenhuiszorg in onze regio maar dit is volgens Folkerts een te beperkte voorstelling van zaken. De toekomstige vestigingsplaats moet niet alleen vanuit het gezichtspunt van zorg worden bekeken maar vanuit een veel breder blikveld. Ook de afweging of het verstandig is om zo’n belangrijke voorziening als een ziekenhuis uit de tweede gemeente van de provincie weg te halen en de schrijnende gevolgen daarvan op een door bevolkingskrimp geplaagde stad als Winschoten moeten in de totale beschouwing worden meegewogen. Dat het UMCG nu kennelijk powerplay wenst te spelen door aan te geven dat alleen Zuidbroek in een toekomstige samenwerking met haar bespreekbaar is, doet daar volgens GroenLinks niets aan af.
Voorlopig vertrouwt de fractie van GroenLinks nog steeds op het vastgestelde vestigingsbeleid rondom het ziekenhuis in het Provinciale Omgevingsplan en de daarop gebaseerde omgevingsverordening. Die laten de plannen van vestiging in Zuidbroek niet toe. De fractie zal de ontwikkelingen met argusogen blijven volgen en sluit, indien nodig ook eventuele acties in de toekomst niet uit.
Het bevreemdt ons overigens niet dat Zuidbroek als gewenste vestigingsplaats uit de bus komt, aldus Folkerts. Zuidbroek is vanaf het begin de voorkeurslocatie geweest van het OZG. Het Provinciale Omgevingsplan staat echter de bouw van een ziekenhuis in Zuidbroek niet toe. Het lijkt er nu op dat het bestuur van het OZG, samen met verzekeraar Menzis en het UMCG, als opdrachtgever voor het nieuwe rapport, alsnog via een omweg de gedroomde vestigingsplaats Zuidbroek naar voren wenst te schuiven.
Zuidbroek is kennelijk de meest gewenste locatie vanuit het verlenen van ziekenhuiszorg in onze regio maar dit is volgens Folkerts een te beperkte voorstelling van zaken. De toekomstige vestigingsplaats moet niet alleen vanuit het gezichtspunt van zorg worden bekeken maar vanuit een veel breder blikveld. Ook de afweging of het verstandig is om zo’n belangrijke voorziening als een ziekenhuis uit de tweede gemeente van de provincie weg te halen en de schrijnende gevolgen daarvan op een door bevolkingskrimp geplaagde stad als Winschoten moeten in de totale beschouwing worden meegewogen. Dat het UMCG nu kennelijk powerplay wenst te spelen door aan te geven dat alleen Zuidbroek in een toekomstige samenwerking met haar bespreekbaar is, doet daar volgens GroenLinks niets aan af.
Voorlopig vertrouwt de fractie van GroenLinks nog steeds op het vastgestelde vestigingsbeleid rondom het ziekenhuis in het Provinciale Omgevingsplan en de daarop gebaseerde omgevingsverordening. Die laten de plannen van vestiging in Zuidbroek niet toe. De fractie zal de ontwikkelingen met argusogen blijven volgen en sluit, indien nodig ook eventuele acties in de toekomst niet uit.
Een voltooid gesprek
Denken is een gesprek,
dat je ziel met zichzelf voert
over het onderwerp van haar bespiegelingen.
De denkende ziel doet niet anders
dan een gesprek voeren,
ze legt zichzelf daarbij vragen voor
en geeft antwoorden,
ze bevestigt en ontkent.
Wanneer ze tot een besluit is gekomen,
- geleidelijk of door
een plotselinge ontwikkeling-
en ze daaraan
zonder te twijfelen vasthoudt,
kunnen we dit
als haar inzicht beschouwen.
Zodoende is inzicht verwerven
een gesprek voeren
en inzicht een voltooid gesprek
dat niet hardop met een ander
maar in stilte met jezelf is gehouden.
Muurtekst in het PostPlaza te Leeuwarden
dat je ziel met zichzelf voert
over het onderwerp van haar bespiegelingen.
De denkende ziel doet niet anders
dan een gesprek voeren,
ze legt zichzelf daarbij vragen voor
en geeft antwoorden,
ze bevestigt en ontkent.
Wanneer ze tot een besluit is gekomen,
- geleidelijk of door
een plotselinge ontwikkeling-
en ze daaraan
zonder te twijfelen vasthoudt,
kunnen we dit
als haar inzicht beschouwen.
Zodoende is inzicht verwerven
een gesprek voeren
en inzicht een voltooid gesprek
dat niet hardop met een ander
maar in stilte met jezelf is gehouden.
Muurtekst in het PostPlaza te Leeuwarden
zondag 7 oktober 2012
GroenLinks Partijraad 6/10/2012
Voor wie Politiek24 heeft gevolgd is het niet onzichtbaar gebleven hoe ondergetekende zich als provinciaal Groninger Partijraadslid heeft geuit over de ontstane situatie - het vertrek van Jolande Sap uit de landelijke politiek - in de bijeenkomst van de Partijraad op 6 oktober in Utrecht.
Zoals bekend heeft Heleen Weenink, al direct bij aanvang van de bijeenkomst duidelijk gemaakt zich te hebben teruggetrokken als partijvoorzitter van GroenLinks. Aansluitend daarop maakte Dineke Oldenhof als vice-voorzitter van het Partijbestuur bekend dat ook de overige leden van het bestuur zich per direct zouden terug trekken
Daarmee namen zij al direct de wind uit de zeilen van die Partijraadsleden die voor aanvang al uit waren op het vertrek van het bestuur. Persoonlijk was ik nog niet zover, immers eerst moest er duidelijkheid komen over de exacte reden voor het heenzenden van Sap een dag ervoor. Wanneer ook de verhoudingen binnen de nieuwe fractie reeds verstoort zouden zijn geweest dan was er voor de ingreep van Heleen misschien nog iets te zeggen geweest. Ik wilde dus eerst iets meer weten komen over de achtergrond van het besluit om Jolande heen te zenden.
Duidelijk werd dat bij dit besluit duistere krachten binnen de partij een rol hebben gespeeld. Zowel Judith Sargentini, Tof Thissen, respectievelijk fractievoorzitters van de EU-fractie en 1e kamer, als ook Maarten van der Poelgeest, Frits Lintmeijer, Mirjam de Rijk en Bas Eijkhout hebben hier, als vooraanstaande partijleden, zonder enige formele statutaire status op dit terrein, een rol gespeeld. Een informeel circuit van invloedrijke partijleden die met de term 'partijtop', zich plotseling een dubieuze rol hebben toegemeten in de val van Jolande. Dat dit niet zo behoort te gaan heeft uiteindelijk het partijbestuur ook ingezien en is mede daarom opgestapt.
Hoe is het mogelijk dat Tof Thissen als voorzitter van de kandidatencommissie Jolande eerst als lijsttrekker op de lijst heeft aanbevolen met de daarbij de benodigde leiderschapskwalificaties, om vervolgens slechts drie weken nadien, zo prominent een rol te spelen in het opzeggen van het vertrouwen in onze fractievoorzitter van de Tweede Kamer? Was het niet zo dat juist 85% van de leden in een referendum net hadden aangegeven wel vertrouwen in Jolande te stellen als trekker van de Tweede Kamerfractie. Waarom heeft het partijbestuur niet afgewacht wat de conclusies van de commissie van Es zouden zijn op dit punt om daaraan eventueel een definitief oordeel aan te verbinden met persoonlijke consequenties voor Jolande. Bovenstaande drie punten waren precies de vragen die ik, als Groninger vertegenwoordiger in de Partijraad heb gesteld.
Voor Heleen was het afwachten op de resultaten van de commissie echter, gelet op de urgentie en de druk op de komende gemeenteraadsverkiezingen, geen optie meer. Er moest nu gehandeld worden en meer tijdverlies was in het traject naar 2014 niet langer gewenst. Tja, over het mandaat van 85 % en het verlies aan vertrouwen in Jolande, dat lag aan de wijze waarop mensen zich hadden geuit die in haar directe omgeving moesten gaan samenwerken met Jolande.
Dus toch verstoorde verhoudingen in de nieuwe fractie wellicht, vroeg ik mij af tijdens een tweede gelegenheid om vragen te stellen? Nee, die insinuatie (letterlijke woorden van Heleen) klopte niet. In de nieuwe fractie loopt alles op rolletjes, ook ten aanzien van de onderlinge verhoudingen. De noodzaak om Jolande te laten vallen ligt dan kennelijk toch bij de leden van de informele partijtop. Judith Sargentini gaf dit overigens ook direct toe en had spijt van de mededeling op 13 september jl. dat het partijbestuur blij was met het besluit van Jolande om na het zware verlies aan zetels toch door te willen gaan.
Het is goed dat het partijbestuur de eer nu aan haar zelf heeft gehouden, al is het jammer dat de leden haar nu ook niet meer in een congres tot verantwoording kunnen gaan roepen. Dat congres, dat gaat er inderdaad nu snel komen al kan dat procedureel en organisatorisch niet meer voor januari 2013 gaan plaatsvinden. De toezichtsraad heeft aangegeven binnen een week een partijbestuur ad interim te willen gaan instellen. Kandidaten kunnen zich tot dinsdag 9 oktober 12.00 uur aanmelden. Waarvan acte!
Tot besluit heb ik nog publiekelijk aangegeven dat er gedurende de gehele dag gesproken is over alle ellende die over ons heen is gekomen als partij, maar dat ik ook lichtpuntjes zie. Immers met Bram erbij zit er nu toch een goede fractie in de Tweede Kamer en in de wetenschap dat daar nu ook Linda Voortman aan toe zal worden gevoegd, is de weg naar herstel van GroenLinks wat mij betreft definitief ingezet.
Zoals bekend heeft Heleen Weenink, al direct bij aanvang van de bijeenkomst duidelijk gemaakt zich te hebben teruggetrokken als partijvoorzitter van GroenLinks. Aansluitend daarop maakte Dineke Oldenhof als vice-voorzitter van het Partijbestuur bekend dat ook de overige leden van het bestuur zich per direct zouden terug trekken
Daarmee namen zij al direct de wind uit de zeilen van die Partijraadsleden die voor aanvang al uit waren op het vertrek van het bestuur. Persoonlijk was ik nog niet zover, immers eerst moest er duidelijkheid komen over de exacte reden voor het heenzenden van Sap een dag ervoor. Wanneer ook de verhoudingen binnen de nieuwe fractie reeds verstoort zouden zijn geweest dan was er voor de ingreep van Heleen misschien nog iets te zeggen geweest. Ik wilde dus eerst iets meer weten komen over de achtergrond van het besluit om Jolande heen te zenden.
Duidelijk werd dat bij dit besluit duistere krachten binnen de partij een rol hebben gespeeld. Zowel Judith Sargentini, Tof Thissen, respectievelijk fractievoorzitters van de EU-fractie en 1e kamer, als ook Maarten van der Poelgeest, Frits Lintmeijer, Mirjam de Rijk en Bas Eijkhout hebben hier, als vooraanstaande partijleden, zonder enige formele statutaire status op dit terrein, een rol gespeeld. Een informeel circuit van invloedrijke partijleden die met de term 'partijtop', zich plotseling een dubieuze rol hebben toegemeten in de val van Jolande. Dat dit niet zo behoort te gaan heeft uiteindelijk het partijbestuur ook ingezien en is mede daarom opgestapt.
Hoe is het mogelijk dat Tof Thissen als voorzitter van de kandidatencommissie Jolande eerst als lijsttrekker op de lijst heeft aanbevolen met de daarbij de benodigde leiderschapskwalificaties, om vervolgens slechts drie weken nadien, zo prominent een rol te spelen in het opzeggen van het vertrouwen in onze fractievoorzitter van de Tweede Kamer? Was het niet zo dat juist 85% van de leden in een referendum net hadden aangegeven wel vertrouwen in Jolande te stellen als trekker van de Tweede Kamerfractie. Waarom heeft het partijbestuur niet afgewacht wat de conclusies van de commissie van Es zouden zijn op dit punt om daaraan eventueel een definitief oordeel aan te verbinden met persoonlijke consequenties voor Jolande. Bovenstaande drie punten waren precies de vragen die ik, als Groninger vertegenwoordiger in de Partijraad heb gesteld.
Voor Heleen was het afwachten op de resultaten van de commissie echter, gelet op de urgentie en de druk op de komende gemeenteraadsverkiezingen, geen optie meer. Er moest nu gehandeld worden en meer tijdverlies was in het traject naar 2014 niet langer gewenst. Tja, over het mandaat van 85 % en het verlies aan vertrouwen in Jolande, dat lag aan de wijze waarop mensen zich hadden geuit die in haar directe omgeving moesten gaan samenwerken met Jolande.
Dus toch verstoorde verhoudingen in de nieuwe fractie wellicht, vroeg ik mij af tijdens een tweede gelegenheid om vragen te stellen? Nee, die insinuatie (letterlijke woorden van Heleen) klopte niet. In de nieuwe fractie loopt alles op rolletjes, ook ten aanzien van de onderlinge verhoudingen. De noodzaak om Jolande te laten vallen ligt dan kennelijk toch bij de leden van de informele partijtop. Judith Sargentini gaf dit overigens ook direct toe en had spijt van de mededeling op 13 september jl. dat het partijbestuur blij was met het besluit van Jolande om na het zware verlies aan zetels toch door te willen gaan.
Het is goed dat het partijbestuur de eer nu aan haar zelf heeft gehouden, al is het jammer dat de leden haar nu ook niet meer in een congres tot verantwoording kunnen gaan roepen. Dat congres, dat gaat er inderdaad nu snel komen al kan dat procedureel en organisatorisch niet meer voor januari 2013 gaan plaatsvinden. De toezichtsraad heeft aangegeven binnen een week een partijbestuur ad interim te willen gaan instellen. Kandidaten kunnen zich tot dinsdag 9 oktober 12.00 uur aanmelden. Waarvan acte!
Tot besluit heb ik nog publiekelijk aangegeven dat er gedurende de gehele dag gesproken is over alle ellende die over ons heen is gekomen als partij, maar dat ik ook lichtpuntjes zie. Immers met Bram erbij zit er nu toch een goede fractie in de Tweede Kamer en in de wetenschap dat daar nu ook Linda Voortman aan toe zal worden gevoegd, is de weg naar herstel van GroenLinks wat mij betreft definitief ingezet.
woensdag 5 september 2012
Het antwoord aan Jessica
Gisteren 4 september heb ik een ontvangen email van Jessica geplaatst. Vandaag publiceer ik het door mij gegeven antwoord op deze email. Jessica heeft onderstaande tekst inmiddels in haar inbox kunnen aantreffen.
Allereerst mijn dank voor je uitgebreide reactie. Ik vind het fijn om te vernemen dat mijn artikeltje over de stijgende zorgkosten iets heeft losmaakt bij jou als lezer van mijn weblog. Uiteraard is het stukje enigszins prikkelend geschreven, waarbij het fenomeen marktwerking bewust door mij is uitvergroot. Feit blijft dat ik als weldenkend mens ageer tegen het principe om marktwerking toe te passen op collectieve goederen, zoals energielevering, het openbaar vervoer, het onderwijs en dus ook de gezondheidszorg. Uiteraard weet ik ook dat ontwikkelingen, zoals zich in de achter ons liggende decennia hebben voltrokken niet meer terug te draaien zijn. In dat opzicht ben ik ook een realist.
Collectieve goederen en diensten zijn nu juist die producten die een ieder afneemt (bijvoorbeeld straatverlichting) en ook voor een ieder toegankelijk of beschikbaar behoren te zijn doch waarvoor we doorgaans niet altijd bereid zijn om de kosten individueel te willen dragen. Het kan ook zijn dat een collectief goed maatschappelijk zo van belang wordt geacht, dat - ongeacht de hoge kosten daarvan - het belangrijk wordt gevonden om het te blijven aanbieden. Een commercieel bedrijf zou een dergelijk product dan al gauw hebben afgestoten omdat het niet bijdraagt tot de winst, welke van belang is om de continuiteit van het bedrijf te kunnen blijven waarborgen. We kennen daar inmiddels genoeg voorbeelden van (bv. de onrendabele lijnen in het OV). Vanuit mijn optiek moet je ten aanzien van collectieve goederen dan ook voorzichtig zijn om dit naar de markt te gaan brengen en vaak is de beste garantie om een product onversneden te kunnen blijven aanbieden om het binnen het publieke domein te houden of te brengen.
Natuurlijk heeft marktwerking ook voordelen. Het streven naar winstoptimalisatie zorgt er doorgaans voor dat producten kostenefficient worden aangeboden en dat er continue wordt gekeken naar de bedrijfsvoering en de omstandigheiden waaronder het product op de markt meedingt met vergelijkbare producten van andere aanbieders. Ik ben het dan ook met je eens dat het geen schande is om te bekijken of bepaalde (be)handelingen niet goedkoper kunnen worden aangeboden in een gespecialiseerder ziekenhuis of door clustering van bepaalde werkzaamheden. Een efficiente bedrijfsvoering zou ook de insteek moeten zijn bij producten of diensten welke door de overheid zelf worden gegenereerd. Daarover dus geen verschil. Het verzet van ziekenhuizen daartegen lijkt mij overigens een achterroede gevecht te zijn.
Je voorbeeld over het inzetten op kwaliteit van het aanbod en het aanbieden van preventieve maatregelen (zoals het (mee)vergoeden van de fitness) waardoor de toestroom (de vraagkant) tot de zorg op termijn kan worden teruggebracht zodat de premies in de toekomst lager uit kunnen gaan vallen, zie ik ook. Aan de andere kant zie ik eveneens dat mensen met een zeldzame ziekte waarvoor een dure of buitenlandse behandeling of medicijnen vereist zijn, moeite hebben om hiervoor de kosten terug te kunnen declareren. Regelmatig moeten inzamelingsacties worden gevoerd om een patient een behandeling in het buitenland te kunnen laten ondergaan. Ik weet, het betreft hier niet de massa doch het verschijnsel met de onrendabele lijnen in het OV zien we hier in een andere gedaante toch weer in terug.
Je beeld over de machtspositie van artsen binnen een ziekenhuis deel ik. De situatie van een voor eigen rekening en risico werkende specialist of zij die samenwerken in een afzonderlijke maatschap en zich duur laten inhuren door een ziekenhuis, is eveneens een uitwas van de marktwerking. In mijn optiek zouden we daar ook weer vanaf moeten. In feite behoort een specialist net als een verpleegster op de payroll van het ziekenhuis thuis. Immers een ziekenhuis is een met algemene middelen betaalde instelling, waarbij het niet past om aan de uitgavenkant geconfronteerd te worden met torenhoge declaraties van medisch personeel dat begiftigd is geraakt door persoonlijk gewin. Natuurlijk mag ook in loondienst een salaris worden betaald dat overeenkomstig is met de prestaties die worden geleverd. Daar heb ik, net als jou niets op tegen. In hoeverre de beroepsgroep ook invloed uitoefent op het toelatingsbeleid van universiteiten en daarmee de schaarste aan specialisten in stand houdt, weet ik niet. Ik heb daar geen zicht op. Als dat werkelijk zo is, dan ben ik van mening dat daar dan een einde aan gemaakt zou moeten worden.
Ik ben niet tegen commerciele en dus (overwegend) private bedrijven. Hier wordt immers ook ondernemers- en afbreukrisico gelopen. Dat rechtvaardigd een goede beloning, zeker als de verantwoordelijkheid en de risico's groot zijn. Ook Roemer vertelt een verhaal dat bij zijn achterban als zoete koek naar binnen moet glijden en het is natuurlijk verkiezingstijd. In instellingen waar de belastingbetaler de bedrijfsvoering mogelijk maakt, past een zekere mate van bescheidenheid en mag een directie of ziekenhuisbestuur eveneens ruimhartig worden beloond doch nooit buitensporig. De verantwoordelijkheid van een instellingsdirecteur kan nooit groter zijn dan de verantwoordelijkheid die de minister-president voor ons land heeft te dragen. Daar past dan ook een salaris bij dat nimmer over die van de mp-norm (v/h Balkenendenorm) mag gaan. Ik ben het met je eens, alleen daar een restrictie opleggen zal de stijgende kosten in de zorg niet beteugelen. In mijn optiek is het een combinatie van vele maatregelen die bij elkaar die voor een substantiele omslag zouden kunnen gaan zorgen. Immers iedere dag een draadje maakt uiteindelijk een hemdsmouw.
Met vriendelijke groet en nogmaals bedankt voor je uitgebreide reactie,
Herman Folkerts
Allereerst mijn dank voor je uitgebreide reactie. Ik vind het fijn om te vernemen dat mijn artikeltje over de stijgende zorgkosten iets heeft losmaakt bij jou als lezer van mijn weblog. Uiteraard is het stukje enigszins prikkelend geschreven, waarbij het fenomeen marktwerking bewust door mij is uitvergroot. Feit blijft dat ik als weldenkend mens ageer tegen het principe om marktwerking toe te passen op collectieve goederen, zoals energielevering, het openbaar vervoer, het onderwijs en dus ook de gezondheidszorg. Uiteraard weet ik ook dat ontwikkelingen, zoals zich in de achter ons liggende decennia hebben voltrokken niet meer terug te draaien zijn. In dat opzicht ben ik ook een realist.
Collectieve goederen en diensten zijn nu juist die producten die een ieder afneemt (bijvoorbeeld straatverlichting) en ook voor een ieder toegankelijk of beschikbaar behoren te zijn doch waarvoor we doorgaans niet altijd bereid zijn om de kosten individueel te willen dragen. Het kan ook zijn dat een collectief goed maatschappelijk zo van belang wordt geacht, dat - ongeacht de hoge kosten daarvan - het belangrijk wordt gevonden om het te blijven aanbieden. Een commercieel bedrijf zou een dergelijk product dan al gauw hebben afgestoten omdat het niet bijdraagt tot de winst, welke van belang is om de continuiteit van het bedrijf te kunnen blijven waarborgen. We kennen daar inmiddels genoeg voorbeelden van (bv. de onrendabele lijnen in het OV). Vanuit mijn optiek moet je ten aanzien van collectieve goederen dan ook voorzichtig zijn om dit naar de markt te gaan brengen en vaak is de beste garantie om een product onversneden te kunnen blijven aanbieden om het binnen het publieke domein te houden of te brengen.
Natuurlijk heeft marktwerking ook voordelen. Het streven naar winstoptimalisatie zorgt er doorgaans voor dat producten kostenefficient worden aangeboden en dat er continue wordt gekeken naar de bedrijfsvoering en de omstandigheiden waaronder het product op de markt meedingt met vergelijkbare producten van andere aanbieders. Ik ben het dan ook met je eens dat het geen schande is om te bekijken of bepaalde (be)handelingen niet goedkoper kunnen worden aangeboden in een gespecialiseerder ziekenhuis of door clustering van bepaalde werkzaamheden. Een efficiente bedrijfsvoering zou ook de insteek moeten zijn bij producten of diensten welke door de overheid zelf worden gegenereerd. Daarover dus geen verschil. Het verzet van ziekenhuizen daartegen lijkt mij overigens een achterroede gevecht te zijn.
Je voorbeeld over het inzetten op kwaliteit van het aanbod en het aanbieden van preventieve maatregelen (zoals het (mee)vergoeden van de fitness) waardoor de toestroom (de vraagkant) tot de zorg op termijn kan worden teruggebracht zodat de premies in de toekomst lager uit kunnen gaan vallen, zie ik ook. Aan de andere kant zie ik eveneens dat mensen met een zeldzame ziekte waarvoor een dure of buitenlandse behandeling of medicijnen vereist zijn, moeite hebben om hiervoor de kosten terug te kunnen declareren. Regelmatig moeten inzamelingsacties worden gevoerd om een patient een behandeling in het buitenland te kunnen laten ondergaan. Ik weet, het betreft hier niet de massa doch het verschijnsel met de onrendabele lijnen in het OV zien we hier in een andere gedaante toch weer in terug.
Je beeld over de machtspositie van artsen binnen een ziekenhuis deel ik. De situatie van een voor eigen rekening en risico werkende specialist of zij die samenwerken in een afzonderlijke maatschap en zich duur laten inhuren door een ziekenhuis, is eveneens een uitwas van de marktwerking. In mijn optiek zouden we daar ook weer vanaf moeten. In feite behoort een specialist net als een verpleegster op de payroll van het ziekenhuis thuis. Immers een ziekenhuis is een met algemene middelen betaalde instelling, waarbij het niet past om aan de uitgavenkant geconfronteerd te worden met torenhoge declaraties van medisch personeel dat begiftigd is geraakt door persoonlijk gewin. Natuurlijk mag ook in loondienst een salaris worden betaald dat overeenkomstig is met de prestaties die worden geleverd. Daar heb ik, net als jou niets op tegen. In hoeverre de beroepsgroep ook invloed uitoefent op het toelatingsbeleid van universiteiten en daarmee de schaarste aan specialisten in stand houdt, weet ik niet. Ik heb daar geen zicht op. Als dat werkelijk zo is, dan ben ik van mening dat daar dan een einde aan gemaakt zou moeten worden.
Ik ben niet tegen commerciele en dus (overwegend) private bedrijven. Hier wordt immers ook ondernemers- en afbreukrisico gelopen. Dat rechtvaardigd een goede beloning, zeker als de verantwoordelijkheid en de risico's groot zijn. Ook Roemer vertelt een verhaal dat bij zijn achterban als zoete koek naar binnen moet glijden en het is natuurlijk verkiezingstijd. In instellingen waar de belastingbetaler de bedrijfsvoering mogelijk maakt, past een zekere mate van bescheidenheid en mag een directie of ziekenhuisbestuur eveneens ruimhartig worden beloond doch nooit buitensporig. De verantwoordelijkheid van een instellingsdirecteur kan nooit groter zijn dan de verantwoordelijkheid die de minister-president voor ons land heeft te dragen. Daar past dan ook een salaris bij dat nimmer over die van de mp-norm (v/h Balkenendenorm) mag gaan. Ik ben het met je eens, alleen daar een restrictie opleggen zal de stijgende kosten in de zorg niet beteugelen. In mijn optiek is het een combinatie van vele maatregelen die bij elkaar die voor een substantiele omslag zouden kunnen gaan zorgen. Immers iedere dag een draadje maakt uiteindelijk een hemdsmouw.
Met vriendelijke groet en nogmaals bedankt voor je uitgebreide reactie,
Herman Folkerts
dinsdag 4 september 2012
Een reactie van Jessica
Op 3 september jongstleden kreeg ik via de email een reactie van Jessica op mijn artikel over de alsmaar stijgende zorgkosten ( zie 16 Juli 2012). Ik heb gemeend haar reactie, zonder verdere verwijzing naar haar adres, hier te moeten weergeven om op een open en transparante wijze de discussie naar marktwerking in de zorg op dit weblog een intressant vervolg te kunnen geven.
Het woord is aan Jessica:
Met grote verbazing heb ik zojuist uw blog over de aanpak van de rijzende zorgkosten gelezen. Dat ik de tijd heb genomen om u te mailen is omdat ik verder wil gaan dan de relatief radicale reacties die de 140 tekens op twitter toelaten.
U spreekt van marktwerking in de zorg. Ik vraag me af, welke marktwerking? Plat economisch gezegd is marktwerking het afstemmen van vraag en aanbod, wat er met een natuurlijke beweging voor zorgt dat de aanbodkant wordt geoptimaliseerd. Dat dit idee de kop op heeft gestoken in de zorg is te wijten aan de eerdere wachtlijsten, inefficientie en oplopende kosten - men stelde vast dat het zo niet verder kon, zeker niet met de aankomende vergrijzing. Kijkend naar de huidige zorg zijn er inderdaad aspecten die duiden op marktwerking - het hebben over optimalisatie/ specialisatie binnen ziekenhuizen, samenwerkingen en zelfs eventuele sluitingen van onderpresterende eenheden. Anderzijds is er juist een gebrek aan marktwerking: verzekeraars hebben een acceptatieplicht mbt verzekerden, mogen daarnaast geen declaraties weigeren:
waar de patient ook is geweest v behandeling - er moet vergoed worden. Dat wellicht dezelfde zorg ergens anders van betere kwaliteit is, en goedkoper, gaat er nog niet aan - men ziet de verzekeraars als winstazende bedrijven die het slechtste met ze voor voorheeft. Opmerkelijk, gezien dat de marktwerking ervoor zou zorgen dat verzekeraars hier selectief in kunnen gaan worden en kunnen focussen op hoogstaande zorg kwaliteit, en dus zelf efficient zouden kunnen functioneren in het belang van de patient: wat mij betreft een ideale oplossing. Dat complete ziekenhuizen hier tegen ageren is natuurlijk logisch: clientèle zal verdwijnen en eenheden zullen moeten sluiten.
Bovenstaande klinkt u wellicht in de oren als een plat economisch en commercieel verhaal - graag wil ik erop wijzen dat in de plannen v marktwerking wel aandacht wordt besteed aan uitzondering: mensen met excessieve zorg, mensen die het niet kunnen betalen en etc. Het doel is niet om een markt open te gooien a la de wasmiddelen industrie (om maar wat te noemen). Doordat verzekeraars binnen de marktwerking zich kunnen richten op kwaliteit kunnen ze op de lange termijn zelfs premies verlagen en zich gaan focussen op preventie: iets wat ik zelf nu al ervaar doordat mijn fitness abonnement deels wordt vergoed, en wat mij betreft een positieve ontwikkeling.
Dat de marktwerking daarnaast op zoveel tegenstand stuit van de artsen is 100% verklaarbaar, gezien het feit dat zij nu niet meer klakkeloos op een financiële injectie, ofwel budgettering, kunnen rekenen maar worden afgerekend op prestaties. Dit leidt momenteel tot een goed staaltje bureaucratie, iets wat te wijten is aan de prille en onvolledige staat van de marktwerking: dit verdwijnt natuurlijkerwijs naarmate resultaten, optimalisatie van de aanbodkant in de zorg, worden geboekt. Gevolg is nu wel dat artsen in de clinch liggen met het ziekenhuis management, welke de regels van de prille marktwerking wél voelt gelden - gevolg is uiteraard conflict. Wie hierbij aan het langste eind trekt wordt duidelijk als je kijkt naar hoe vaak een gemiddeld ziekenhuisbestuur wisselt: de artsen hebben de machtspositie, zonder hen geen ziekenhuis. Mijn persoonlijke beeld van artsen wordt hierbij nog naar beneden gehaald vanwege hun grote lobby in Den Haag en een aantal andere kleinere zaken. Voorbeeld is hiervan is het klein houden van opleidingen geneeskunde: op deze manier blijven ze 'schaars' en kunnen ze een argument op tafel leggen voor hun hoge salarissen.
Dan heb ik het nog niet eens gehad over de mijns inziens (vergeleken bij bovenstaande) loze kreten: topsalarissen in de zorg? Vind het jammer dat als dhr. Roemer het heeft over 7 miljoen voor 5 Achmea topmannen, hij niet erkent dat 1 van deze 5 mannen slechts over zorg gaat (er zijn 5 verschillende takken binnen Achmea, o.a. levensverzekering).
Dat deze persoon een eenheid leidt die zich tussen de beleid makende en uitvoerende macht bevindt, en dus echt wel vaardigheden moet hebben, rechtvaardigt voor mij grotendeels het salaris: het is en blijft een privaat bedrijf. Dat deze zelf ook zo efficient mogelijk wil functioneren in de zorg, en liefst op een manier waarbij iedereen baat heeft, lijkt men te vergeten. Over de topsalarissen van ziekenhuisbestuur ben ik wel kritisch - het is en blijft een overheidsinstelling, in mijn ogen raar als de top daarvan excessief zou verdienen. In mijn ogen dan ook een aandachtspunt, maar niet 1 die ons van de stijgende zorgkosten kan redden!
Ik kijk uit naar uw antwoord!
Met vriendelijke groet,
Jessica
Het woord is aan Jessica:
Met grote verbazing heb ik zojuist uw blog over de aanpak van de rijzende zorgkosten gelezen. Dat ik de tijd heb genomen om u te mailen is omdat ik verder wil gaan dan de relatief radicale reacties die de 140 tekens op twitter toelaten.
U spreekt van marktwerking in de zorg. Ik vraag me af, welke marktwerking? Plat economisch gezegd is marktwerking het afstemmen van vraag en aanbod, wat er met een natuurlijke beweging voor zorgt dat de aanbodkant wordt geoptimaliseerd. Dat dit idee de kop op heeft gestoken in de zorg is te wijten aan de eerdere wachtlijsten, inefficientie en oplopende kosten - men stelde vast dat het zo niet verder kon, zeker niet met de aankomende vergrijzing. Kijkend naar de huidige zorg zijn er inderdaad aspecten die duiden op marktwerking - het hebben over optimalisatie/ specialisatie binnen ziekenhuizen, samenwerkingen en zelfs eventuele sluitingen van onderpresterende eenheden. Anderzijds is er juist een gebrek aan marktwerking: verzekeraars hebben een acceptatieplicht mbt verzekerden, mogen daarnaast geen declaraties weigeren:
waar de patient ook is geweest v behandeling - er moet vergoed worden. Dat wellicht dezelfde zorg ergens anders van betere kwaliteit is, en goedkoper, gaat er nog niet aan - men ziet de verzekeraars als winstazende bedrijven die het slechtste met ze voor voorheeft. Opmerkelijk, gezien dat de marktwerking ervoor zou zorgen dat verzekeraars hier selectief in kunnen gaan worden en kunnen focussen op hoogstaande zorg kwaliteit, en dus zelf efficient zouden kunnen functioneren in het belang van de patient: wat mij betreft een ideale oplossing. Dat complete ziekenhuizen hier tegen ageren is natuurlijk logisch: clientèle zal verdwijnen en eenheden zullen moeten sluiten.
Bovenstaande klinkt u wellicht in de oren als een plat economisch en commercieel verhaal - graag wil ik erop wijzen dat in de plannen v marktwerking wel aandacht wordt besteed aan uitzondering: mensen met excessieve zorg, mensen die het niet kunnen betalen en etc. Het doel is niet om een markt open te gooien a la de wasmiddelen industrie (om maar wat te noemen). Doordat verzekeraars binnen de marktwerking zich kunnen richten op kwaliteit kunnen ze op de lange termijn zelfs premies verlagen en zich gaan focussen op preventie: iets wat ik zelf nu al ervaar doordat mijn fitness abonnement deels wordt vergoed, en wat mij betreft een positieve ontwikkeling.
Dat de marktwerking daarnaast op zoveel tegenstand stuit van de artsen is 100% verklaarbaar, gezien het feit dat zij nu niet meer klakkeloos op een financiële injectie, ofwel budgettering, kunnen rekenen maar worden afgerekend op prestaties. Dit leidt momenteel tot een goed staaltje bureaucratie, iets wat te wijten is aan de prille en onvolledige staat van de marktwerking: dit verdwijnt natuurlijkerwijs naarmate resultaten, optimalisatie van de aanbodkant in de zorg, worden geboekt. Gevolg is nu wel dat artsen in de clinch liggen met het ziekenhuis management, welke de regels van de prille marktwerking wél voelt gelden - gevolg is uiteraard conflict. Wie hierbij aan het langste eind trekt wordt duidelijk als je kijkt naar hoe vaak een gemiddeld ziekenhuisbestuur wisselt: de artsen hebben de machtspositie, zonder hen geen ziekenhuis. Mijn persoonlijke beeld van artsen wordt hierbij nog naar beneden gehaald vanwege hun grote lobby in Den Haag en een aantal andere kleinere zaken. Voorbeeld is hiervan is het klein houden van opleidingen geneeskunde: op deze manier blijven ze 'schaars' en kunnen ze een argument op tafel leggen voor hun hoge salarissen.
Dan heb ik het nog niet eens gehad over de mijns inziens (vergeleken bij bovenstaande) loze kreten: topsalarissen in de zorg? Vind het jammer dat als dhr. Roemer het heeft over 7 miljoen voor 5 Achmea topmannen, hij niet erkent dat 1 van deze 5 mannen slechts over zorg gaat (er zijn 5 verschillende takken binnen Achmea, o.a. levensverzekering).
Dat deze persoon een eenheid leidt die zich tussen de beleid makende en uitvoerende macht bevindt, en dus echt wel vaardigheden moet hebben, rechtvaardigt voor mij grotendeels het salaris: het is en blijft een privaat bedrijf. Dat deze zelf ook zo efficient mogelijk wil functioneren in de zorg, en liefst op een manier waarbij iedereen baat heeft, lijkt men te vergeten. Over de topsalarissen van ziekenhuisbestuur ben ik wel kritisch - het is en blijft een overheidsinstelling, in mijn ogen raar als de top daarvan excessief zou verdienen. In mijn ogen dan ook een aandachtspunt, maar niet 1 die ons van de stijgende zorgkosten kan redden!
Ik kijk uit naar uw antwoord!
Met vriendelijke groet,
Jessica
zaterdag 1 september 2012
Nogmaals een wereld te winnen.
Via de leesbrief van de vakgemeenschap filosofie, welke ik periodiek in mijn inbox ontvang, werd ik onlangs opmerkzaam gemaakt op een column in de Volkskrant van Aleid Truijens, dat bijzonder goed aansluit bij mijn eerdere pleidooi om wijsbegeerte, staatsinrichting en (cultuur)geschiedenis weer standaard onderdeel te laten maken van het onderwijsleerplan op onze middelbare scholen. (zie het artikel: 'Een heel land te winnen', op dit blog dat op 3 augustus jl. gepubliceerd werd).
Aleid Truijens verhaalt in haar column over haar liefde en beroepsmatige verbondenheid met literatuur, die zij tevens deelt met haar echtgenoot, zodat als een bijna logisch gevolg het lezen al van vroeg af aan met de "paplepel" werd aangeboden aan haar kinderen. Helaas heeft die paplepel niet gebracht waarop gehoopt werd. De beide kinderen (25 en 21) lezen zelden vrijwillig een boek. Om Aleid Truijens te citeren: "Niet dat ze lezen minachten, of geen interesse hebben in de wereld - nee, het komt gewoon niet in ze op. Niemand van hun vrienden leest. Ik vind dat niet erg, maar wel jammer. Literatuur lezen, anders dan twee bestsellers per jaar op vakantie, is een buitenissige hobby geworden"
De columniste wijt dat aan de gewijzigde attitude die in het aanbod van literatuuronderwijs in de lessen is ontstaan. In de literatuurles moet het naar huidige inzichten vooral gaan om 'leesplezier' en niet meer om kennisname van de grote schrijvers. Ze stelt daarbij naar mijn opvatting terecht dat "wanneer je prille lezers alleen laat lezen wat ze 'leuk' vinden hun smaak zich niet ontwikkelt en je daarmee een steeds diepere knieval maakt, want écht leuk, zo leuk als ander kindervermaak, wordt lezen toch niet. Als leraren in andere vakken evenzeer zo waren gebogen voor het puberale oordeel als die lieve neerlandici, waren wiskunde, geschiedenis en biologie nu vrijwel weggevaagd. Dat is met literatuur op school gebeurd: niemand vindt het nog belangrijk, de minister niet, schooldirecties niet, ouders niet en veel leraren evenmin.
Toen in 1990 de commissie-Anbeek een lijst met 21 titels voorstelde als 'canon' van onze literatuur, boeken die op het vwo gelezen zouden moeten worden, was het land te klein. Leraren, literatuurliefhebbers en schrijvers verketterden om het hardst deze 'literaire Stasi' die botweg voorschreef wat goed was. Dat bepaalden de lezertjes zelf wel. In de literatuurles moest het gaan om 'leesplezier'.
Hierbij werd impliciet gekozen voor een marginalisering van het literatuuronderwijs (leesplezier) en niet langer meer voor het leveren van een bijdrage aan de opbouw van een intellectuele ruggengraat bij leerlingen. Aleid Truijens: "Natuurlijk lees je voor je plezier maar je krijgt pas ergens plezier in en je onderscheidt pas kwaliteit van bagger als er een bodem van leeservaring is gelegd. Haar verhaal ondersteunt daarmee mijn pleidooi voor een terugkeer naar kwalitatief goed onderwijs op de Nederlandse scholen zoals ik dat in mijn eerdere blog heb beschreven.
Aleid Truijens verhaalt in haar column over haar liefde en beroepsmatige verbondenheid met literatuur, die zij tevens deelt met haar echtgenoot, zodat als een bijna logisch gevolg het lezen al van vroeg af aan met de "paplepel" werd aangeboden aan haar kinderen. Helaas heeft die paplepel niet gebracht waarop gehoopt werd. De beide kinderen (25 en 21) lezen zelden vrijwillig een boek. Om Aleid Truijens te citeren: "Niet dat ze lezen minachten, of geen interesse hebben in de wereld - nee, het komt gewoon niet in ze op. Niemand van hun vrienden leest. Ik vind dat niet erg, maar wel jammer. Literatuur lezen, anders dan twee bestsellers per jaar op vakantie, is een buitenissige hobby geworden"
De columniste wijt dat aan de gewijzigde attitude die in het aanbod van literatuuronderwijs in de lessen is ontstaan. In de literatuurles moet het naar huidige inzichten vooral gaan om 'leesplezier' en niet meer om kennisname van de grote schrijvers. Ze stelt daarbij naar mijn opvatting terecht dat "wanneer je prille lezers alleen laat lezen wat ze 'leuk' vinden hun smaak zich niet ontwikkelt en je daarmee een steeds diepere knieval maakt, want écht leuk, zo leuk als ander kindervermaak, wordt lezen toch niet. Als leraren in andere vakken evenzeer zo waren gebogen voor het puberale oordeel als die lieve neerlandici, waren wiskunde, geschiedenis en biologie nu vrijwel weggevaagd. Dat is met literatuur op school gebeurd: niemand vindt het nog belangrijk, de minister niet, schooldirecties niet, ouders niet en veel leraren evenmin.
Toen in 1990 de commissie-Anbeek een lijst met 21 titels voorstelde als 'canon' van onze literatuur, boeken die op het vwo gelezen zouden moeten worden, was het land te klein. Leraren, literatuurliefhebbers en schrijvers verketterden om het hardst deze 'literaire Stasi' die botweg voorschreef wat goed was. Dat bepaalden de lezertjes zelf wel. In de literatuurles moest het gaan om 'leesplezier'.
Hierbij werd impliciet gekozen voor een marginalisering van het literatuuronderwijs (leesplezier) en niet langer meer voor het leveren van een bijdrage aan de opbouw van een intellectuele ruggengraat bij leerlingen. Aleid Truijens: "Natuurlijk lees je voor je plezier maar je krijgt pas ergens plezier in en je onderscheidt pas kwaliteit van bagger als er een bodem van leeservaring is gelegd. Haar verhaal ondersteunt daarmee mijn pleidooi voor een terugkeer naar kwalitatief goed onderwijs op de Nederlandse scholen zoals ik dat in mijn eerdere blog heb beschreven.
Abonneren op:
Posts (Atom)